
Zie ook
Deze pagina behandelt het ontstaan van Vlieland, de gunstige ligging van Vlieland langs de voornaamste handelsroutes in de 16e en 17e eeuw, enige historische panden op het eiland, de rol van Vlieland in de walvisvaart en de Tweede Wereldoorlog.
Ontstaan van Vlieland
Vlieland is ontstaan als een onderdeel van de strandwal die ongeveer 4000 jaar geleden werd opgeworpen door de Noordzee. Achter deze strandwal lagen grote kwelder- en moerasgebieden. Pas in de Middeleeuwen kwam Vlieland los van Texel. In dezelfde tijd werd het wad tussen Vlieland en de Friese kust zo slecht begaanbaar, dat Vlieland echt een eiland werd.
Het oudste spoor van bewoning op Vlieland is een vuursteenkern, waarvan langwerpige stukjes (klingen) werden afgeslagen. De kern is tussen de 10.000 en 4000 jaar oud. Zo'n ruime datering zegt erg weinig over Vlieland in de prehistorie.
Wellicht vormt de Wanda-sage een vage herinnering aan de grote overstromingen in de Middeleeuwen. In deze sage wordt beschreven hoe de heidense koningin Wanda van Vlieland zich verzet tegen de activiteiten van de monniken van het Ludingaklooster bij Harlingen. Deze monniken waren de eersten die dijken en sluizen aanlegden in dit gebied. De oudste schriftelijke vermelding van het eiland dateert uit 1245. Het document vermeldt een Nicolaas-kapel die op 'Insula Fle' staat. In de eerste helft van de Middeleeuwen was het kwelder- en veengebied tussen Vlieland en de wal zomerweidegrond voor veehouders uit Friesland en van Vlieland zelf. De kwelder brokkelde steeds meer af. Maar tot in de negentiende eeuw waren grote delen van het wad tussen Vlieland en Harlingen bij laag water nog begaanbaar.
Een gunstige ligging
Vlieland lag in de late Middeleeuwen en de 16e en 17e eeuw aan het Vlie. Dat was de poort van de belangrijkste zeevaartroutes voor de Nederlanden. Het belangrijkst was de handel op de Oostzeelanden, later kwamen daar de koloniale routes naar Azië en Amerika bij.
De steden langs de IJssel en enkele Friese steden waren lid van de Hanze. Deze bond uit de late Middeleeuwen omvatte ook veel Noordduitse steden, en havens in Polen en nog verder oostwaarts. In die tijd moest de stad Kampen zorgen voor de betonning en bebakening van het 'Oude Vaarwater': de route door de Zuiderzee tot en met de laatste boei - de Uiterton - voorbij Vlieland. De rede van Vlieland was enorm belangrijk voor de handelsvloot van de Hanze. De schepen konden daar veilig op gunstige wind wachten.
Het recht van doorvaart door de Vlie was ook van levensbelang voor de vrije Hollandse handelssteden, die geen deel uitmaakten van de Hanze. Dat recht werd de inzet van een reeks Hollands-Friese oorlogen, waarin de Hollanders uiteindelijk het hele westelijke waddengebied, tot en met West-Terschelling, veroverden. Een belangrijk deel van de handel op de Oostzeelanden kwam toen ook in handen van de vrije Hollandse steden. Die handel is eeuwenlang de bron van de Hollandse welvaart gebleven en werd daarom 'de moedernegocie' genoemd, ook toen later de koloniale handel opbloeide. Ook de Hollandse Oostzeevaarders lagen geregeld op de Vlieree.
In de 16e eeuw nam de handel met het Oostzeegebied verder toe. In de Lage Landen was er veel behoefte aan graan en hout. Op Vlieland zat de Commissaris op het Vlije, een functionaris die toezicht hield op het scheepvaartverkeer. Sinds 1596 viel dit commissariaat onder de admiraliteiten van het Noorderkwartier (Hoorn/Enkhuizen) en Amsterdam. Het kantoor van de Commissaris heet sindsdien het Gemeene Landhuys.
In 1644 en 1645 lagen er oorlogsschepen op de Vlieree. Zij vormden militaire expedities om de Sont, de nauwe doorgang tussen Denemerken en Zweden, open te houden voor de Oostzeehandel. Tien jaar later verzamelde de marine zich weer op de Vlieree, ditmaal om mee te vechten in de Noordse Oorlog (1655 - 1660), als bondgenoot van Denemarken tegen Zweden.
kaart-zuiderzee-2_1200px.jpg

Historische panden
In 1575 werd het dorp Oost-Vlieland helemaal platgebrand door de Spaanse troepen. Alle gebouwen zijn dus later gebouwd. Belangrijke historische panden zijn nu het Tromp's Huys, de Nederlands Hervormde Kerk en het Armhuis.
In het Tromp's Huys zit nu het cultuurhistorische museum op Vlieland. Het is kort na 1575 gebouwd als kantoor en woning van de 'Commissaris op 't Vlije', die toezicht hield op de scheepvaart over het Vlie. Eeuwenlang behield het pand deze functie, tot aan het eind van de 19e eeuw het echtpaar Akersloot-Berg er ging wonen. In de 20e eeuw werd het een museum.
Het kantoor van het Tromp's Huys werd in de loop van de 17e en 18e eeuw uitgebreid met een dienstwoning. De admiraal en andere gezagsdragers van de vloot der Republiek pleegden hier overleg met de commisaris op 't Vlije. De beroemde admiraal Cornelis Tromp heeft dit huis mogelijk bezocht, maar woonde er niet. In 1896 namen de diplomaat Gooswinus Akersloot en zijn Noorse vrouw Betzy Berg er hun intrek. In het museum is nu nog te zien hoe dit echtpaar woonde. Betzy was een verdienstelijk schilderes. Haar werk is te zien in haar eigen woning, temidden van een tentoonstelling over de geschiedenis van Vlieland.
tromps-huys_800px.jpg

In een oorkonde uit 1245 wordt al melding gemaakt van een kapel in Oost-Vlieland. Deze was gewijd aan St. Nicolaas, de beschermheilige van de zeelieden. In West Vlieland was een echte kerk, waar ook de pastoor woonde. De kapel kwam na de Reformatie in handen van de hervormden. Die vervingen de kapel in 1605 door het huidige gebouw.
In 1647 werd de kerk uitgebreid tot een kruiskerk. De rijkdom van de Gouden Eeuw is goed te zien in de kerk: de kansel, een erebank geplaatst voor de Vroedschap - de toenmalige gemeenteraad, en vijf kroonluchters. Eén daarvan is in 1644 geschonken door de Louis De Geer. Een andere draagt het wapen van Michiel de Ruyter, die enkele keren hier ter kerke gegaan is. In de kerk zijn ook grafpalen, gemaakt van walviskaken. Deze stonden tot 1920 op het kerkhof.
ruud-raats-nicolaaskerk_800px.jpg

Voor de wezen en de oude mensen, die geen inkomen hadden, was er vroeger een Diaconiehuis, waar ze in konden wonen. Dit pand staat er nog, en is op het eiland bekend als het Armhuis.
Bijna alle mannelijke Vlielanders werkten als zeeman. De gevaren van dat werk zorgde ervoor dat er veel weduwen en wezen waren. Het Armhuis is gebouwd in de 17e eeuw, mogelijk door een schenking van predikant Abraham Ursinus in 1632. Het was in 1678 af. Tot 1950 bleef het als armenhuis in gebruik. Van de meubels in het gebouw is zo goed als niets bewaard gebleven.
fvl-armhuis_800px.jpg

Walviskaken
De walvisvaart kwam rond het jaar 1600 op gang nadat Willem Barentsz op zijn reizen had ontdekt hoeveel walvissen er in de Noordelijke IJszee rondzwommen. In 1614 werd op Vlieland de Noordsche Compagnie opgericht. Die had in feite een soort monopolie voor de walvisvangst. Eind zeventiende eeuw was deze tak van bedrijf op zijn hoogtepunt. In deze bloeitijd waren er op Vlieland wel 74 commandeurs, kapiteins op de walvisvaart. De meesten woonden op West- Vlieland.
De walvisvaart speelde zich ver van huis in het hoge Noorden af, met Spitsbergen als centrum. De walvisvaarders brachten traan en baleinen naar huis. De onderkaken van de walvissen werden aan de mast bevestigd om de knokenolie er uit te laten lopen. Daarna hechtte men weinig waarde meer aan de botten. Op Vlieland werden de walviskaken wel gebruikt als grafmonument. Dat was goedkoper dan een grafsteen. Nu maken die grafpalen deel uit van Vlielands cultuurhistorische rijkdom: ze kennen in Europa hun weerga niet!
Walviskaak_als_grafmunument_op_kerkhof_Vlieland_-_panoramio.jpg

Vlieland en de oorlog
In de Tweede Wereldoorlog maakte Vlieland deel uit van de Atlantikwall. De Duitsers bouwden er twee batterijen luchtafweergeschut. Er waren meer dan twee keer zo veel Duitse militairen als Vlielanders. Huizen en pensions werden gevorderd. Later woonden de meeste Duitsers direct bij de batterijen.
Elk Brits toestel dat vanuit Midden-Engeland opsteeg met bestemming Hamburg, Bremen of het Roergebied koerste eerst naar het oosten. Nederland en Duitsland waren verduisterd. Maar in een glanzende zee waren de Waddeneilanden als matte plekken herkenbaar. De vliegers konden zo zien waar ze waren. Het was een kwestie van eilanden tellen.
Boven Texel, Vlieland en Terschelling vlogen dus heel wat bommenwerpers en droppingsvliegtuigen. Sommige werden onderschept door het Duitse afweergeschut. Er was geen verzet bij de bevolking. Er waren zo veel Duitse militairen! De bezetter benoemde een Inselkommandant, die zelf van een Duits Waddeneiland kwam. Die kende de mentaliteit van de plaatselijke bevolking en zorgde voor goede verhoudingen. In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw waren nogal wat Vlielander jongens getrouwd met medewerksters van de Duitse Kinderhilfe, die hier vakantiehuizen had. Door dit alles kwam het in sommige gezinnen tot ruzie. De Vlielanders konden niet van het eiland af, maar ze hebben veel van de ellende die de bezetter elders in het land bracht niet meegemaakt. Ze pasten zich aan, maar niet overdreven. Eén eilander liet openlijk N.S.B.-sympathie blijken.
db-wiederstandsnest_800px.jpg
