
Föhr heet in het Fries 'Feerlunn'. Dat betekent onvruchtbaar, droog land. Het eiland ligt in de Noordfriese Waddenzee tussen Amrum en het vasteland. Het is 82 vierkante kilometer groot. Van noord naar zuid is Föhr 7 kilometer lang en van west naar oost 12 kilometer. Er wonen zo'n 9.000 mensen op het eiland. Föhr hoort bij Sleeswijk-Holstein.
Tradities
Föhr is vooral bijzonder omdat er drie talen gesproken worden. Het westelijk deel van Föhr is Friestalig, op het oostelijk deel spreekt men Duits. Deens is inmiddels vrijwel verdwenen op het eiland. Op Föhr lopen nog vrouwen in klederdracht uit de 18e eeuw. Aan de inrichting van de huizen op Föhr is Friese en Hollandse invloed goed zichtbaar.
Geschiedenis
Föhr, Amrum en Sylt bestaan uit restanten van stuwwallen uit de voorlaatste ijstijd, het Saalien. Het smeltwater uit de daaropvolgende ijstijd, het Weichselien, heeft een geul gemaakt tussen Amrum en Föhr. Na die ijstijd begon de zeespiegel te stijgen. Overstromingen hebben de veenmoerassen tussen de huidige eilanden verwoest. De zee legde er een kleilaag overheen, tot 2 meter dik. De huidige vorm van het eiland is ontstaan vanaf de 14e eeuw, na grote stormvloeden.
Föhr was al in de Bronstijd bewoond, vanaf 1700 voor Christus. Rond 700 kwamen de eerste Friezen die zich hier vestigden. In de 8e eeuw was het fort een steunpunt voor de Vikingen. Tussen 1368 tot 1864 was het westelijk deel van Föhr Deens grondgebied. Daarna werd het Duits. De bewoners hebben altijd geleefd van landbouw en visserij, maar ook van handel in barnsteen, zout, walvis- en robbenjacht. In 1819 begon het toerisme met de bouw van een zeebadhuis. Tussen 1860 en 1945 emigreerden veel eilanders naar Amerika.
Bezienswaardigheden
In het Carl Häberlin Friesenmuseum in Wyk zijn bijzondere prehistorische vondsten te zien, en plaatselijke volkskunst. De drie kerken van Nieblum, Süderende en Wyk komen uit de dertiende eeuw. Op de kerkhoven zijn fraai bewerkte grafzerken van zeelui te zien.
Natuur en landschap
Het zuidelijk deel van Föhr bestaat uit zandgronden uit de ijstijd. Het is een laag heuvelland met aan de randen een paar kliffen en stranden. Het noordelijk deel is ingedijkt moerasland. Langs de randen van deze polder liggen kwelders en wadden. Duinen zijn er niet, wel heidevelden en aangeplant naaldbos. Op Föhr komen veel ganzen en wadvogels op de trek langs, en op het eiland broeden dwergsterns. De rugstreeppad en de heikikker komen op het eiland voor. In het zuiden van het eiland zijn herkenbare grafheuvels uit de Bronstijd te zien, en een fort uit de tijd van de Vikingen. Op het eiland liggen 17 dorpen en de kleine stad Wyk. Daar is ook een oud en vermaard kuurcentrum.
Vervoer
Vanuit Dagebüll vertrekt een veerboot naar Föhr. De overtocht duurt ongeveer 45 minuten. Op Föhr bevindt zich ook een vliegveld. Bij laag water is het mogelijk om vanuit Großdunsum een georganiseerde, 6 kilometer lange wadlooptocht naar Amrum te maken.