Overslaan en naar de inhoud gaan

Eendenkooien en Kooibosjes van Terschelling

Eendenkooien zijn door mensen aangelegd. Ze zijn makkelijk herkenbaar als een loofbosje in een verder meestal open landschap. in het bosje zit een vijver. Ze zijn aangelegd om eenden te vangen, om op te eten.

 

Zeven kooien

Terschelling heeft zeven eendenkooien. Drie liggen in de open polder: de Landerumerkooi, de Formerumerkooi en de Hoornerkooi. Vier kooien liggen buitendijks, op de Grië. Achtereenvolgens zijn het de Takkenkooi, de JanWillemskooi, de Horrekooi en de Rimkeskooi.

Mieden

Tussen het kampeerterrein De Kooi en de zomerhuisjes van Midsland-Noord lagen ooit drie eendenkooien. De meest westelijke daarvan was de Westerkooi, in de 19e eeuw nog in gebruik. De naam Kooibosjes komt waarschijnlijk van deze kooi. Het is een 2,5 hectare groot gebiedje met natte graslanden en elzensingels.

De dorpen liggen op de oude strandwallen langs de noordkant van de polder. Tussen het 'vaste' duingebied en deze strandwallen bleef het water staan, dat op een natuurlijke manier uit de duinen kwam. Hele gebieden langs de binnenduinrand waren moerassig. Ze waren in gebruik als hooiland. Het werden de mieden genoemd. Het waren ware bloemenvelden, schitterend gekleurd. In de loop van de zomer kwam de boer het gras maaien, met de zeis. De mieden werden vaak omzoomd met elzensingels. Door een verbeterde waterhuishouding in de 20e eeuw zijn ze zo goed als allemaal verdwenen. De Kooibosjes zijn de enige overgebleven mieden op Terschelling.

In stand houden

De graslanden van de Kooibosjes worden alleen gemaaid, niet bemest en niet beweid. Vroeger werden dergelijke gebieden door de boeren op dezelfde manier behandeld. Toen om hooi te winnen en daarmee het vee te onderhouden, nu echter als beheersmaatregel.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: