Overslaan en naar de inhoud gaan

Ecologie algemeen

Een vis leeft niet alleen. Hij heeft voedsel nodig, bijvoorbeeld planktondiertjes, en die moeten er dus zijn. Hij moet ook schoon zeewater hebben, niet te warm maar ook niet te koud. Hij heeft te maken met soortgenoten, met ziekteverwekkers en met roofdieren zoals zeehonden. De tak van de biologie die zich bezig houdt met dit soort verbanden noemen we ecologie. Het woord is afgeleid van de oud-Griekse woorden oikos en logos, die samen letterlijk 'de leer van het huis' betekenen. Planten en dieren leven samen in levensgemeenschappen die op hun beurt weer ecosystemen vormen.

Mensen-ecologie

De relatie tussen mensen en hun omgeving is een bijzondere tak van de ecologie, die we ook wel 'milieukunde' noemen. Mensen zijn ook afhankelijk van een schone en gezonde omgeving, maar kunnen met al hun technologie een enorme invloed uitoefenen op de ecosystemen waar ze in leven. Vaak staan 'snel geld verdienen' en ecologisch belang lijnrecht tegenover elkaar en moet de overheid moedige maatregelen nemen om dit probleem op te lossen.

Evenwicht en biodiversiteit

Vroeger werd vaak gedacht dat je natuur het beste kon beschermen als je zorgde voor ecologisch evenwicht. Bij een natuurlijk evenwicht hoort in de warme streken op aarde een hoge verscheidenheid aan soorten. Dat heet biodiversiteit. Op veel plaatsen op de wereld is dat anders. Op de meeste plekken in Nederland is er een natuurlijk evenwicht als een natuurgebied één groot loofbos is geworden. Daar leven niet zo veel verschillende soorten meer in. Bij de poolcirkel is er al een natuurlijk evenwicht op plekken waar alleen nog rendiermos groeit. In gematigde streken is de biodiversiteit het hoogst in gebieden die halverwege in hun ontwikkeling zijn. Daarom plaggen de natuurbeheerders heel wat of om onze heide- en duingebieden in dat stadium te houden. Of ze laten er koeien of paarden grazen. Die natuurbeheerders doen niet veel anders dan wat de boeren vóór de komst van de kunstmest en de landbouwmachines al eeuwenlang deden: het in stand houden van half-natuurlijke, soortenrijke ecosystemen.

Dynamiek en massaliteit: de waarde van wadden en Noordzee

Veel kenmerkende ecosystemen in onze streken zijn heel dynamisch. Hét voorbeeld daarvan is de Waddenzee, een natuurgebied dat twee keer per dag verandert van land in zee en weer terug. Er kunnen maar weinig soorten planten en dieren leven. Die maken juist handig gebruik van de getijdendynamiek. In dit soort dynamische ecosystemen vind je niet veel soorten, maar wel hele grote aantallen van die soorten. Niet de verscheidenheid van soorten wekt indruk, maar de enorme aantallen. In de Noordzee zorgen de zeestromingen in combinatie met de altijd bewegende zandige of slikkige bodem op de meeste plekken voor veel dynamiek. Er zijn daar soortenarme ecosystemen met grote aantallen van de soorten die daar leven. In en op de bodem leven veel wormen, zeesterren en platvissen. Hogerop in de zee komen grote scholen haring en sprot langs. Omdat er veel vis zit, is de Noordzee een paradijs voor bruinvissen, zeehonden en zeevogels.Wrakken en stenige gebieden, zoals de Klaverbank, zijn een uitzondering. Daar kunnen meer soorten zich op de stabiele ondergrond vestigen. Hier vind je zee-anemonen, zachte koralen en vissoorten die zich graag ophouden in dit soort rif-achtige plekken.De laatste uitzondering is het Friese Front. Dit is een gebied waar weinig stroming in het water is. Dat maakt dat er veel voedserijke kleideeltjes bezinken. Hier is een rijk en voor de Noordzee stabiel ecosysteem.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt:

Bovenliggende categorieën