Overslaan en naar de inhoud gaan

Zeeschelde

De Zeeschelde is het Belgische deel van de Schelde waar de getijden nog merkbaar zijn. Dat is het stuk stroomafwaarts van Gent tot aan de Belgisch-Nederlandse grens. In de Zeeschelde en de zijrivieren, zoals de Durme, Rupel, Nete en de Zenne, bestaan metershoge verschillen tussen hoog en laag tij. Bij Gent, waar sluizen het getij in de bovenloop van de Schelde tegenhouden, bedraagt het getijverschil nog steeds twee meter. De Zeeschelde is een in Europa unieke getijdenrivier. Een met slikken en -schorren langs de oevers in zoet tot zeer licht brak water. Het leven in deze rivier heeft zich vanaf 2007 – na het aanleggen van waterzuiveringsstations op de bovenloop – geleidelijk hersteld na tientallen jaren van ernstige vervuiling.

Invloed van de mens

Rivieren hebben de ruimte nodig om te stromen en te overstromen. Stroomgeulen, slikken, schorren en uiterwaarden vormen dan een natuurlijk systeem waar de geulen meestal vanzelf op diepte blijven. De Schelde heeft door bedijkingen steeds minder ruimte gekregen. Eenderde ging er af door aanleg van polders en havens. Er liggen veel woon- en werkgebieden pal nabij de dijken van de rivier, dus is de schade bij een overstroming groot. De bevaarbaarheid van de Schelde is altijd moeilijk geweest,omdar er veel zand en slib door de waterloop vervoerd wordt. Het uitbaggeren van de vaargeulen is een gevaar voor de oevers van de schorren, omdat die dan sterk afkalven. Door extra ruimte voor het water te maken op plekken waar dat kan, voorkom je wateroverlast in de bewoonde zones.

Filters en buffers van de rivier

De slikken en schorren werken als een filter op de waterkwaliteit van de Schelde. Ze nemen grote hoeveelheden organische stof, stikstof en fosfor op. Bacteriën breken het organisch materiaal af, maar verbruiken hierbij zuurstof. Veel stikstof en fosfor zorgen in bepaalde periodes voor een sterke algengroei, die in de nacht ook grote hoeveelheden zuurstof verbruiken. Het zuurstofgehaltes in het water kan dan ook behoorlijk dalen, vooral in de zomermaanden. Daardoor blijven vissen en andere organismen het nog steeds moeilijk hebben.

Boven en Beneden

De Zeeschelde kan je verdelen in de Boven Zeeschelde en Beneden Zeeschelde. In de Boven Zeeschelde is het water zoet, en in de Beneden Zeeschelde brak. De grens liogt ongeveer bij het dorp Rupelmonde. De grens tussen zoet en brak schuift regelmatig heen en weer, door meer of minder droge periodes.

zeeschelde-kaart.jpg

Zeeschelde | © Ecomare, Thomas Dogger

Verborgen planten- en dierenrijkdom

Dankzij de overgangen in zoutgehalte en voedselaanbod leven er heel veel verschillende planten en dieren in het Schelde-estuarium. Op en in de zoetwaterslikken komen andere bodemdieren voor dan op de brakwaterslikken of op de hoger gelegen zoetwaterschorren. In de Beneden-Zeeschelde zwemmen echte zeevissen rond, zoals haring, sprot, bot, diklipharder, kleine zeenaald en grondels. Toch is de invloed vanuit de rivier merkbaar doordat er ook brakwatersoorten voorkomen, zoals  spiering, rivierprik, fint en elft. Stroomopwaarts vind je zoetwatersoorten zoals snoek, snoekbaars, blankvoorn en karper. Met deze verscheidenheid aan vissen is de Zeeschelde uniek in Vlaanderen.

CC-BY-NC, VLIZ & Ecomare 2019 - Laatst bijgewerkt: