Twee soorten zeenaalden, de grote (tot 50 centimeter) en de kleine zeenaald (tot 20 centimeter), komen algemeen voor in de getijdengebieden en het kustwater. De grote is iets algemener en komt meer voor in de diepere geulen van getijdengebieden. Zeenaalden leven vooral tussen wieren en zeegras en kunnen dan ook vaak gevonden worden in poeltjes op begroeide zeedijken en strekdammen. Ze eten kleine kreeftachtigen en vislarven, die ze in hun bekje naar binnen zuigen. Zeenaalden doen aan broedzorg: de mannetjes dragen de eieren en larven (in juni en juli) met zich mee in een broedbuidel.
Namen
la
Syngnathus
nl
Zeenaalden
en
Pipefish
fr
Syngnathus
de
Seegrasnadel

Zeldzame zeenaalden
De adderzeenaald was zeldzaam in de Noordzee, maar is spectaculair in aantal toegenomen. De zeevogels langs de Engels-Schotse rotskusten gebruiken nu zelfs gedroogde adderzeenaalden als nestmateriaal. Af en toe wordt een adderzeenaald gevangen in de Waddenzee. De trompetterzeenaald is met het zeegras helemaal uit de Waddenzee verdwenen.
Syngnathus_abaster_body_B.jpg

GNU Giacomo Radiderivative, Wikimedia Commons
Mediagalerij
Grote zeenaald jongen | © Ecomare, Sytske Dijksen
Grote zeenaald (Syngnathus acus) in ondiep water op het strand © René Van Outryve