

Verspreiding en habitat
syt.jpg

Zeekreeften leven in de Noordzee en de Zeeuwse delta. Via de visafslag van Colijnsplaat werd in 2006 tienduizend kilo zeekreeft verhandeld, afkomstig uit de Grevelingen en de Oosterschelde. Ze huizen meestal op rotsachtige ondergrond, waar ze zich kunnen verstoppen onder stenen. Soms vind je ze ook wel op zandige bodems, zolang ze maar holen kunnen graven. Het hol heeft een voor- en achteruitgang, zodat ze er in alle situaties uit kunnen kruipen.
Vervellen
Kreeften moeten vervellen om te kunnen groeien, hun pantser is veel te hard. In hun jeugd moeten ze vaak van pantser wisselen, maar als ze eenmaal volwassen zijn dan vervellen ze nog maar één keer per jaar. Als ze uit hun oude vel zijn gekropen, nemen ze een heleboel water op, waardoor ze gelijk 15% groter zijn. Dan begint het uitharden van het nieuwe pantser. Afhankelijk van het kalkgehalte in het water duurt dat enkele uren tot weken. Om zo veel mogelijk kalk binnen te krijgen eten ze ook vaak hun oude pantser op.
Van eitje tot kreeft
Zeekreeften paren maar eens in de 2-3 jaar en alleen als de vrouwtjes net verveld zijn. De vrouwtjes dragen de eitjes wel een jaar lang aan speciale aanhangsels aan hun zwempoten met zich mee. Als larfje zwemmen ze 2-3 weken in het water totdat ze zich als klein kreeftje op de bodem te settelen.