Overslaan en naar de inhoud gaan

Zeehondenjacht in Noordpoolgebied

In Noorwegen, Canada, Groenland en Rusland wordt gejaagd op zadelrobben en klapmutsen. De regeringen geven al jaren toestemming voor het vangen van een beperkt aantal jonge zeehonden in de Noordelijke IJszee. Als reden wordt gegeven dat deze zeehonden de visstand verkleinen, en dat door het doden van jongen de zeehondenstand kleiner wordt. Maar volgens kritische deskundigen heeft het doden van een klein aantal jonge dieren geen effect. De echte reden om op jonge dieren te jagen is dat de huid van jonge zadelrobben en klapmutsen veel meer geld oplevert dan die van volwassen exemplaren.

Hakapik

Het traditionele gereedschap van de zeehondenjager is de ijshak, beter bekend onder zijn Noorse naam hakapik. Aan een lange steel zit aan de ene kant een hamerkop en aan de andere kant een scherpe haak. De hamerkop wordt gebruikt om de schedel van een zeehond in te slaan. Als een bedreven jager dit doet is het dier op slag dood. De haak wordt gebruikt om het kadaver mee over het ijs te slepen.

Tradities

De oorspronkelijke bewoners van het poolgebied, zoals de Canadese en Groenlander Inuit, jagen op zeehonden omdat de zeehonden een voor hen een noodzakelijke bron van materialen (leer, bont) zijn. De Inuitgemeenschappen zijn dunbezaaid in dit gebied waar miljoenen zeehonden leven, zodat de traditionele zeehondenjacht geen bedreiging is.
Een paar eeuwen geleden ontstond een nieuwe traditie. West-Europeanen trokken met grote schepen en vuurwapens naar het poolgebied en hielden daar massale jachtpartijen. Doel was een ruim vol kostbare huiden. Voorstanders van de zeehondenjacht beroepen zich vaak op deze nieuwe traditie, nu in de sneeuwscooter-variant. Deze jacht heeft erg weinig te maken met een respectvolle omgang met de natuur.

Acties en resultaten

Tot 1976 werd er volop op pasgeboren zeehondenpups gejaagd. Die hebben nog een witte vacht, die erg veel opbrengt op de bontmarkt. Na acties van Greenpeace en andere organisaties tussen 1976 en 1983 werd de jacht op jonge zadelrobben en klapmutsen in Canada gereduceerd. De import van bont van jonge zeehonden werd verboden in de EU en de VS, waardoor de bontmarkt instortte en zeehonden nauwelijks meer iets opbrachten. Maar in Rusland is intussen niet veel veranderd op dit gebied...

Noorwegen

Het jachtseizoen op zeehonden in Noorwegen duurt van 1 maart tot 15 april. Er gelden strenge opleidingseisen voor de beroepsjagers. De manier waarop de zeehonden gedood moeten worden zijn nauw omschreven. Elk jachtschip moet een dierenarts aan boord hebben voor de controle op de naleving van de regels. Tot 2015 gaf de Noorse regering een subsidie van 1,3 miljoen euro voor deze jacht. In 2010 was er een quotum van 30.000 zeehonden. Er zijn er 4000 geschoten, vanaf één schip met beroepsjagers. Vroeger vertrokken er tientallen van dit soort schepen vanuit de noord-Noorse havens voor de zeehondenjacht. Dit laat zien dat de zeehondenjacht in Noorwegen op zijn eind loopt. Omdat het Noorse quotum niet meer door beroepsjagers wordt volgemaakt mogen sinds 2005 ook toeristen met een jachtvergunning meedoen.

Canada

Tussen 1983 en 1995 werden er in Canada gemiddeld 52.000 zeehonden gedood, veel minder dan vóór de acties. Maar toen stortte de kabeljauwvisserij in de Canadese wateren in. Voorstanders van de zeehondenjacht riepen meteen dat dit kwam doordat de zeehonden niet meer in toom werden gehouden. Dit leidde tot een flinke toename van de jacht. De Canadese overheid vindt de jacht nu verantwoord omdat er 5,8 miljoen zadelrobben zijn, het dubbele van het aantal in de jaren zeventig. In 2010 was het jaarlijkse quotum vastgesteld op 330.000 zeehonden. Er mag niet op 'white coats' gejaagd worden.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt:

Bovenliggende categorieën