
Vingerwier heeft een breed 'blad' dat is onderverdeeld in vingervormige deelbladeren. Het kan wel 2 meter lang worden. De steel van deze plant is dik en buigzaam. Vingerwier heeft hechtwortels waarmee het zich vastzet op stenen onder water. Het is een soort die kenmerkend is voor het deel van rotskusten dat zelden droog valt. Op plaatsen met een rotsbodem en helder water vormt het ware 'kelpwouden', die ook vele andere soorten wieren en zeedieren herbergen. Daar groeit het tot 20 meter diep. Vingerwier is eetbaar. Als 'kelp' kun je het aantreffen in winkels.
Namen
la
Laminaria digitata
nl
vingerwier
en
oarweed
fr
laminaire digitée
de
Fingertang

Kenmerken
afmetingen
tot 2.5 meter lang en 60 centimeter breed
uiterlijk
het wier lijkt op een grote handpalm met zeer lange, gladde vingers die leerachtig aanvoelen; goudbruin gekleurd; donkergroen tot zwart gekleurd na drogen
leefgebied
onderste zone van de getijdenzone; op rotsen of zware stenen; groeit aan Nederlandse kust op stenen dijkvoeten, spoelt incidenteel aan
Verspreiding
Vingerwier komt in Nederland voor op stenen dijkvoeten bij Texel, Den Helder, Westkapelle en op Neeltje Jans. Het wordt hier niet zo groot, omdat het water troebel is. Hoe helderder het water, des te groter is het vingerwier, met meer vingers.
Laminaria_digitata_(at_low_tide).jpg

CC BY-SA 4.0 Hans Hillewaert, Wikimedia Commons