De tiendoornige stekelbaars heeft acht tot tien stekels op zijn rug en drie aan de buikzijde. De vis is de kleinste inheemse vissoort van Nederland en wordt maximaal 7 centimeter lang. Ze leven maar een jaar of twee en sterven meestal na de voortplanting in het tweede jaar. De paaitijd loopt van april tot juli. Het mannetje bouwt daarvoor een nestje in een dichte begroeiing met waterpest en hoornblad. Net als de driedoornige stekelbaars kent deze vis uitgebreide baltsrituelen en zorgt het mannetje voor de jongen.
Namen
la
Pungitius pungitius
nl
tiendoornige stekelbaars
en
nine-spined stickleback
fr
épinochette
de
Zwergstichling

Grote ogen
De tiendoornige stekelbaars jaagt op zicht met relatief grote ogen, met voorkeur voor watervlooien. Hij kan voorkomen in brak water, net als de driedoornige stekelbaars, maar trekt niet elk jaar naar zee.
Pungitius_pungitius.jpg

CC BY-SA 3.0 Fwals, Wikimedia Commons
Verspreiding en leefgebied
Uit resten die gevonden zijn in Drente blijkt dat de tiendoornige stekelbaars 45.000 jaar geleden ook al in Nederland voorkwam. Verder komt hij voor rond de hele Noordpool, van Noord-Amerika tot Azië en Noord- en West-Europa.