

Verspreiding en habitat
Strandkrabben zijn volop te vinden in de Noordzee, Waddenzee en deltagebieden. In de zomer jagen strandkrabben op het wad en de slikken en in de winter trekken ze naar dieper, warmer water. Tijdens laagwater kun je ze over de zeebodem zien lopen. De strandkrab loopt zijwaarts. Je hebt ook veel kans om er één te vinden als je aan de kust een steen optilt, daaronder verstoppen ze zich vaak tijdens laagwater.
Week schild
fitis-strandkrab-verveld-1-sd.jpg

Door hun harde pantser kunnen krabben niet makkelijk groeien; in die harde buitenkant is namelijk geen beweging te krijgen. Om groter te worden moeten krabben vervellen. Voordat ze dat doen recyclen ze een deel van hun oude 'buitenkant' en maken alvast een beginnetje aan het nieuwe pantser. Daarna trekken ze het oude pantser letterlijk uit. Doordat ze tijdens het vervellen veel water opnemen worden ze in een klap een stuk groter. Als hun nieuwe pantser dan uithardt is het in ieder geval lekker ruim. Het extra vocht wordt in de loop van de tijd vervangen door nieuw weefsel, totdat ze weer letterlijk uit hun jasje groeien. Strandkrabben vervellen in hun eerste levensjaar wel zeven tot acht keer. De volgende jaren neemt het aantal af tot gemiddeld één maal per jaar. De eerste uren na de vervelling zijn de nieuwe pansters nog zacht, krabben hebben dan voor even een week schild.
Meelifters
fitis-strandkrab-4-sd_01.jpg

Als je een krab op het strand vindt heb je de kans dat je niet alleen een krab ziet. Het komt vaak voor dat er andere dieren meeliften op het schild. Meestal zijn dit zeepokken of mosdiertjes, maar ook mosselen en zelfs oesters hechten zich weleens aan het schild van een strandkrab. Meestal krijgen de meelifters geen kans om echt lastig te worden voor de krab, die vervelt namelijk regelmatig en verliest daarmee ook de andere bewoners van zijn oude schild. Maar hoe ouder een krab wordt, hoe minder vaak het dier vervelt. Dan kunnen de meeliftende dieren wel zo groot worden dat de krab er last van gaat krijgen. Het loopt nu eenmaal niet zo makkelijk met een flinke mossel in je oksel. Een een grote oester op je rugschild maakt het leven er ook niet lichter op. Er zijn ook gevallen bekend van zeepokken of mosdiertjes die in de oogholte zijn gaan groeien en de krab blind maken. Zulke krabben zijn een makkelijke prooi voor vogels en vissen. Als de meelifters dus te groot worden, betekent dat voor de krab meestal dat het einde nadert. Strandkrabben hebben soms ook last van parasieten. Het krabbenzakje is een voorbeeld van zo’n parasiet. Als dit organisme in een strandkrab zit is dat te zien aan het vreemde zakachtige aangroeisel onder de staart van de krab. Een geïnfecteerde krab heeft geen goede toekomst meer; het dier kan zich niet meer voortplanten en gaat uiteindelijk dood.
Bovenliggende categorieën
Zijwaarts wandelende strandkrab (Carcinus maenas) © René Van Outryve