Overslaan en naar de inhoud gaan

Stompe alikruik

De stompe alikruik is kleiner dan de gewone alikruik, maar kan toch opvallen vanwege zijn mooie kleuren. Er zijn stompe alikruiken met gele, oranje en groene huisjes, maar soms kun je zelfs blauwgrijze fossielen vinden. Van alle alikruiken kan deze soort het minst goed tegen uitdroging. Hij leeft ook wat dieper dan andere soorten, om te voorkomen dat hij droogvalt tijdens laagwater. Als dat toch gebeurt kruipt hij met zijn snelste slakkengangetje onder een wierplant of een steen.

Namen 
la
Littorina obtusata
nl
stompe alikruik
en
flat periwinkle
fr
littorine obtuse
de
stumpfkegelige Uferschnecke
meer namen
Kenmerken 
afmetingen
tot 17 millimeter breed
kleur
vele kleuren, bijvoorbeeld geel, oranje, bruin of groen, afhankelijk van de wiersoort waarop hij leeft
leeftijd
3-4 jaar, max. 7 jaar
voedsel
voornamelijk bruinwieren
bedreigingen
krabben zoals de strandkrab
voortplanting
geslachtelijk

Verspreiding en habitat

Stompe alikruiken kun je langs alle West-Europese kusten vinden, en aan de overkant van de Atlantische Oceaan langs de Amerikaanse kusten. In het Deltagebied is het een vrij algemene soort in de getijdenzone, onder de laagwaterlijn verdoken tussen de bruinwieren. In het Waddengebied is de soort minder algemeen en meer plaatselijk aanwezig daar waar er bruinwieren te vinden zijn.

Herkenning

Zoals hun naam al doet vermoeden, hebben stompe alikruiken een afgeplatte top en zijn ze rond van vorm. Als stompe alikruiken op wieren leven zijn ze bleker van kleur: oranjebruin, geel tot olijfgroen. Soms vertonen ze banden of vlekken in een andere kleur. De exemplaren die op de basaltstenen van dijken en havenstructuren groeien zijn groengrijs tot bruin. De slakken sluiten hun gladde, dikwandige schelp af met een dun roodbruin dekseltje (operculum).

Lege schelpjes van stompe alikruik zijn nauwelijks te onderscheiden van die van vlakke alikruik (Littorina fabalis). Ze lijken als twee druppels water op elkaar. Vlakke alikruik leeft bijna enkel en alleen op gezaagde zee-eik en is daarom slechts heel lokaal aanwezig waar deze soort bruinwier groeit. In Nederland komt de vlakke alikruik veel voor in Zeeland.

Alikruiken en jonge tepelhorens worden weleens onderling verward. Maar alikruiken hebben – in tegenstelling tot de tepelhorens – geen navel (dat is het extra gaatje naast de mondopening).

Leefwijze

Stompe alikruiken leven verborgen tussen bruinwieren die vastzitten op rotsen en stenen constructies: stenen aan de voet van dijken, strekdammen, enz. Ze eten de bruinwieren op waarop ze leven. Stompe (en vlakke) alikruiken houden er niet van om al te vaak boven water te moeten vertoeven bij laag water. Ze leven dan ook laag in het getijdengebied. Op rotskusten – hun natuurlijke milieu – nemen verschillende soorten alikruiken elk hun eigen plekje in in het getijdengebied. Helemaal bovenaan leeft de ruwe alikruik Littorina saxatilis. In het middengebied is de gewone alikruik Littorina littorea best thuis. En helemaal beneden leven de stompe en vlakke alikruik Littorina obtusata en Littorina fabalis, die niet zo lang zonder water kunnen.

Jonge slakjes bijten zich een weg

Stompe alikruiken zetten hun eitjes af op de bruinwieren waarop ze leven, of op stenen of schelpen in de buurt. Alle eitjes komen samen in een geleipakketje. De eitjes groeien na 3 tot 4 weken uit tot kleine babyslakjes. Die bijten zich een weg doorheen de gelei naar buiten, en blijven dan enkele weken in de buurt van hun ouders.

Bovenliggende categorieën

CC-BY-NC, VLIZ & Ecomare 2019 - Laatst bijgewerkt: 2019.08.07