
Zie ook
Zorgzame vader
De paaitijd begint eind april. De vrouwtjes zetten de eieren af in een nest dat door het mannetje gemaakt wordt in een harde bodem van grind, zand, mergel of klei. Het mannetje bewaakt het nest en waaiert met de vinnen om de eieren schoon te houden van kleine slib of detritusdeeltjes en om ze van zuurstof te voorzien. De larven en de jongen houden zich op in het open water.
Verspreiding en leefgebied
Oorspronkelijk is de snoekbaars een vis van grote rivieren en diepe meren. Hij houdt van de diepere duistere gedeelten zonder stroming. Van oorsprong komt de snoekbaars in Noord- en Oost-Europa. De eerste snoekbaars in Nederland werd in 1888 gevangen bij Lobith. Waarschijnlijk vermenigvuldigde de snoekbaars zich in de benedenrivieren en verspreidde de vis zich vandaar over het hele land. Op dit moment vind je de snoekbaars in grote aantallen in het IJsselmeer en in de grote rivieren en meren, maar ook in kleine rivieren en stilstaande wateren. Hij is een van de meest algemene vissen van Nederland. Opvallend is de aanwezigheid op Texel. Snoekbaarzen trekken niet door zout water, dus waarschijnlijk hebben mensen de vis uitgezet in Texels viswater. Snoekbaars is het favoriete hapje van de aalscholver. Dit zorgt voor gefronsde wenkbrauwen bij commerciële vissers en sportvissers die zich bedreigd voelen door de vogel. Volgens de vissers zouden ze drie keer zoveel snoekbaars kunnen vangen als de aalscholver ze niet voor was.
snoekbaars_gr.jpg
