
De schilferige dekschelp heeft, zoals de naam al weergeeft, een schilferige en breekbare ronde schelp. Soms is die zelfs een beetje doorzichtig. In de onderste schelp zit een gaatje. Hier steekt het levende schelpdier een verkalkte steel door om zich mee vast te zetten aan een ondergrond van oesterschelpen of in zee ronddrijvend zwerfvuil. Vreemd genoeg hebben dekschelpen een voorkeur voor plastic voorwerpen.

Verspreiding en habitat
Schilferige dekschelp komt vrij algemeen voor van IJsland en Noorwegen tot in de Middellandse Zee. Ze leven vanaf de laagwaterlijn tot enkele honderden meters diep.
fitis-schilferigedekschelp-1-sd.JPG
Vastgehecht
Schilferige dekschelpen worden tot 2.5 centimeter groot. De onderste schelp neemt de vorm aan van de ondergrond waar de schelp op groeit. In de onderste schelp zit ook een ovaal gat, waardoor de vasthechting gaat. Het dier scheidt met een klier een bundel lange draden af, die onderling samensmelten en verkalken tot een steel of zogenaamde byssusvoet. Het dier leeft vastgehecht op stenen, schelpen (oesterbanken), zeewier (voet van suikerwier) en drijvende voorwerpen. Aan onze stranden kun je ze vaak waarnemen op aangespoelde plastic voorwerpen, zoals visbakken, wasmanden en zo.
Strandvondsten_20-Schilferige-dekschelp_Misjel-Decleer_1200.jpg

Andere dekschelpen en paardenzadel
Dekschelpen worden vaak allemaal paardenzadels genoemd, maar paardenzadel is de naam van een bepaalde soort dekschelp. Naast de vrij algemene schilferige dekschelp, vind je aan de Belgische en Nederlandse kusten heel uitzonderlijk ook wel eens een manteldekschelp (Pododesmus patelliformis), groene dekschelp (Pododesmus squama) of een –veel groter wordende – paardenzadel (Anomia ephippium). Ook fossiele schelpen van al deze soorten zijn te vinden aan onze stranden.
Strandvondsten_17-Paardenzadel-bovenklep_Misjel-Decleer_1200.jpg
