Schelpkokerwormen hebben een koker van zand en schelpstukjes, met een rafelig eind. Op de kop heeft een schelpkokerworm een bosje lange tentakels waarmee hij plankton uit het water vist. De kokers staan soms zo dicht bij elkaar dat ze echte riffen vormen. Ze houden zand tegen waardoor ze als het ware zanderige eilandjes vormen. Deze plekjes op de bodem van de Noordzee zijn zeer geliefd als schuilplaats voor kleinere zeedieren. Andere scharrelaars doen er zich te goed aan de vele voedseldeeltjes die tussen de kokers blijven liggen.
Namen
la
Lanice conchilega
nl
schelpkokerworm
en
sand mason worm
fr
lanice
de
Bäumchenröhrenwurm

Kenmerken
afmetingen
tot 15 centimeter
kleur
kokers wit-zandkleurig; dier geelachtig of oranjebruin
voedsel
plankton
bedreigingen
meeuwen, steltlopers
voortplanting
geslachtelijk
Verspreiding en habitat
Waddenzee, Noordzee, deltagebied, op lage, zandige wadplaten en zandige zeebodems, waar stroming is. In de Noordzee ten noorden en westen van de waddeneilanden komt deze worm massaal voor. Op een vierkante meter leven soms wel 3000 dieren!
Hoe zou het leven in een koker zijn?
Zeebiologen nemen, zoals vele zeedieren, ook schelpkokerwormen onder de loep. Dat is niet gemakkelijk want ze komen hoofdzakelijk voor in volle zee. In de baai van Boulogne, in Frankrijk, zie je ze ook op het strand als het laagtij is. Voor onderzoekers de kans om eens te kijken naar het leven van dit diertje.
Mediagalerij
Kokerworm (Spirorbis spp.) voedt zich door het bewegen van zijn tenktakels © René Van Outryve