Ransuilen zijn 's nachts actief. Door hun schutkleuren zijn ze ook overdag niet makkelijk te vinden. Daarom kun je het beste op de grond zoeken. Daar vind je braakballen en uitwerpselen. Je kunt een ransuil herkennen aan de oorpluimen. Die pluimen zitten er alleen voor de sier. Hun echte oren zitten direct naast hun ogen, achter de kopveren. Om te broeden gebruikt de ransuil het liefst een oud ekster- of kraaiennest, soms in eendenkorven of nestkasten.
Namen
la
Asio otus
nl
ransuil
en
long-eared owl
fr
hibou moyen-duc
de
Waldohreule
Kenmerken
afmetingen
35-37 centimeter; 84-95 centimeter van vleugelpunt tot vleugelpunt
kleur (volwassen)
rechtopstaande, zwarte oorpluimen; bruine veren met verticale strepen
voedsel
(woel)muizen en andere kleine zoogdieren en vogels
bedreigingen
op- en neergaande muizenpopulaties
voorkomen
broedvogel; standvogel
leefgebied
(denne-)bos dichtbij open terrein
voortplanting
geslachtsrijp: vanaf 1 jaar; aantal: 4-6 eieren
leeftijd
gemiddeld 4 jaar (oudst bekende ~18 jaar)
karakteristiek
overwinteren in kreupelbos in groepen tot 100 vogels
Verspreiding en leefgebied
Ransuilen broeden in bossen, maar hebben open terrein nodig om te jagen. Duingebieden met bosjes zijn ideaal. Ze broeden in heel Europa, behalve in het uiterste noorden.
fitis-pcd08044-ransuil-sw.jpg

© Ecomare, Salko de Wolf
Bescherming
- Signalering: Network Ecologische Monitoring, Rode lijst
- Nationale wetgeving: Flora- en Faunawet
- Europa: CITES
- Internationaal: Bern-Conventie, Bonn-Conventie