
Schuimpakketten (veroorzaakt door de flagellaat Phaeocystis) en verkleuring van het zeewater (bijvoorbeeld als gevolg van de bloei van zeevonk) zijn nog vrij onschuldige verschijnselen die optreden bij algenbloeien. Er zijn echter ook algensoorten die giftige stoffen afscheiden. In het voor Nederland belangrijke deel van de Noordzee komen in totaal 19 soorten fytoplankton voor die tot de plaagalgen gerekend kunnen worden.
Zie ook
Onderzoek
fitis-phaeocystis-02-sd_01.jpg

Erg veel onderzoek naar deze algen is nog niet verricht. Wat wel bekend is, is dat ze stikstof en fosfaat opnemen en dat ze niet tegen turbulentie in het water kunnen. Turbulentie ontstaat door eb en vloed en door de wind en is het sterkst in ondiep water. Een ideaal gebied voor algenbloei is daarom het Friese Front, circa 50 kilometer ten noorden van de waddeneilanden, want daar is het zeewater rustig omdat er weinig stromingen zijn.
Momenteel wordt er onderzoek gedaan naar de voorspelbaarheid van zulke bloeiperiodes van plaagalgen. Met een goede voorspelling kunnen sluizen gesloten worden of een zwemverbod afgekondigd. Voor het onderzoek wordt gewerkt met satellietbeelden van algenbloei die tot de ontwikkeling van modellen moeten leiden. Ook worden dagelijks watermonsters genomen om te kijken hoeveel algen van welke soort op welk moment aanwezig zijn.