
Garnalen komen in grote hoeveelheden voor in de kustzone en getijdenwateren omdat ze prima zijn aangepast aan de sterk wisselende omstandigheden. Het zijn alleseters die kunnen profiteren van het rijke aanbod aan kleine diertjes, maar ze eten ook resten van dode planten en dieren, en uitwerpselen. Ze zijn heel mobiel zodat ze steeds weer kunnen verhuizen naar de plekken waar het stromende water het meeste voedsel heeft bijeengebracht. Als het te koud wordt, verhuizen ze naar warmer, dieper water. Veel grote zeedieren, en ook mensen, eten graag garnalen.

De jager bejaagd
fitis-garnaal-sd(1).jpg

Garnalen zijn echte alleseters, zolang het voedsel maar op de zeebodem te bemachtigen is. Ze eten veel kleine zeedieren en knabbelen graag aan ingegraven schelpdieren. Zelfs jonge platvisjes zijn niet veilig voor een garnaal die op jacht is. Ook stukken zeewier, resten van dode dieren en uitwerpselen staan op het menu. Samen met de krabben en de zeesterren houden de garnalen de zeebodem netjes.
Maar garnalen zijn zelf ook lekker, en dan niet alleen voor mensen. Allerlei zeedieren, zoals vissen, grotere kreeftachtigen of vogels, hebben garnalen op het menu staan. Er leven naar schatting 160 miljard garnalen in de Nederlandse kustwateren en getijdengebieden. De vissers vangen er jaarlijks 8 miljard, en de garnalenetende zeedieren naar schatting ruim 70 miljard. Daarmee vormen garnalen een belangrijke schakel in het voedselweb van de kustzone. Als het slecht gaat met de garnaal, verandert er verderop in het web ook veel.
Dag en nacht
fitis-garnaal-sd_04.jpg

Garnalen graven zich overdag in. Ze verstoppen zich in het bovenste laagje van de zandbodem. Als het donker wordt, komen ze tevoorschijn en gaan ze op zoek naar voedsel. Ze gaan daarbij vooral af op geuren en bewegingen in het water. Door met name in het donker actief te zijn, blijven ze buiten bereik van belagers die op het zicht jagen, zoals scharren, eenden en meeuwen.
Heen en weer
fitis-garnaal-sd_07(1).jpg

In het ondiepste deel van de kustzone verplaatst de zee door de golfslag grote hoeveelheden materiaal. Daar zitten ook dode of minder mobiele diertjes tussen, en vissenpoep. Voor garnalen is dat een gedekte tafel, maar dan moeten ze wel voortdurend achter hun eten aanrennen. Geen probleem, ze zijn razendsnel.
Warm en koud
fitis-garnaal-sd_13.jpg

Garnalen zijn best kritisch als het om temperatuur gaat. Ze leven niet graag in water dat kouder is dan 6 graden. In de winter koelt het land sneller af dan de zee. Ondiep kustwater staat onder invloed van de landtemperatuur en wordt dus kouder dan het water verder op zee. De garnalen verhuizen in het najaar naar dieper en warmer zeewater. Hoe ver ze weg trekken is afhankelijk van de temperatuurverschillen. In strenge winters kunnen ze tot 90 kilometer uit de kust overwinteren. Omdat ze gewend zijn om hun voedsel in het donker te zoeken, kunnen ze zich ook in dieper water prima redden. Vanaf maart trekken ze weer naar ondieper water, na strenge winters is dat later.
Jong en oud
Garnalen leggen eieren. Het vrouwtje beschermt het broedsel, dat bestaat uit ongeveer 1000 tot 3000 eitjes. Ze drukt de klomp eitjes tegen haar buikschild tot de larven uit de eieren gekropen zijn. Die larven leven eerst een tijdje zwevend in het water, als planktondiertjes, voordat ze naar de zeebodem afzakken. Voor die tijd lopen ze het gevaar dat ze worden opgegeten door allerlei planktoneters, zoals jonge haring, of de grotere roeipootkreeftjes. Heel veel larven redden het niet om op te groeien tot volwassen garnaal. Om dit verlies een beetje op te vangen produceren volwassen garnalen ongeveer drie keer per jaar eieren. Erg oud worden garnalen trouwens niet. Als een garnaal de drie jaar haalt, is dat al een bijzonder respectabele leeftijd.
Verstoppen
fitis-garnaal-sd_02.jpg

Garnalen zijn camouflagekunstenaars. Hun pantser is half doorzichtig met grijsbruine vlekjes, zodat de kleur van de ondergrond er al doorheen schemert. De garnaal kan het patroon van de vlekjes aanpassen aan de structuur van de ondergrond: de cellen waar de bruine kleurstof in zit kunnen kleiner of groter gemaakt worden. Gevolg is dat een garnaal die op een zandbodem zit vrijwel onzichtbaar is. Bovendien hebben garnalen waarschijnlijk nog een andere methode om zich te verbergen. Ze maken namelijk vrijwel voortdurend een ritselend geluid. Als je bedenkt dat veel vissen vooral op hun gehoor af gaan bij het jagen, lijkt dat vreemd. Maar als er heel veel garnalen op verschillende plekken tegelijk ritselen, trekken ze als het ware een mistwolk van geluid op en kunnen de jagers niet meer goed horen waar de garnalen precies zitten.
Garnaleneters
Voedselweb-complex-garnaal-515-ned.jpg

Kampioen garnaleneter is de schar, de platvis die het meest voorkomt in de zuidelijke Noordzee. Zandspiering, een klein bodemvisje dat massaal kan voorkomen in de Noordzeekustzone, heeft zich ook gespecialiseerd in de garnalenvangst, net als andere kleine bodemvissen, zoals puitalen, botervisjes en grondels. Ook jonge wijtingen en kabeljauwen zijn echte garnaleneters. Uit de lucht komt het gevaar in de vorm van eenden en meeuwen. En als je je afvraagt wat kraaien op het strand doen: die zoeken garnalen. Samen eten deze dieren in Nederland ongeveer 70 tot 80 miljard garnalen per jaar.
Garnalen vissen
fitis-garnalenkotter-sd.JPG
De garnalenvisserij is één van de belangrijkste activiteiten van de Nederlandse vissersvloot. Garnalen worden gevangen met kleine tot middelgrote kotters. De vangst wordt aan boord gekookt en aan wal opgekocht door bedrijven die het pellen en de handel controleren. Voor de vangst van garnalen heb je een heel fijnmazig net nodig, en vang je vanzelf ook veel andere zeedieren. Lange tijd was deze bijvangst een fors probleem, totdat er een sorteermachine werd uitgevonden die de vangst snel kan zeven. Hierdoor kunnen jonge platvisjes en andere zeedieren die groter of juist kleiner zijn dan een garnaal weer levend terug naar zee. Het vistuig van een garnalenkotter rolt over de zeebodem. Het woelt de bodem dus veel minder om dan de zware kettingen die worden gebruikt in de platvisvisserij. Toch zijn er aanwijzingen dat ook de garnalenvissers de vestiging van kwetsbare zeebodemdieren kunnen verstoren. Daarom is afgesproken dat enkele extra gevoelige gebieden in de Noordzeekustzone gesloten worden voor de garnalenvisserij. De vissers zijn samen met de overheid bezig om gaandeweg over te schakelen op meer natuurvriendelijke vangsttechnieken.
Steurgarnalen
Er zijn verschillende soorten steurgarnalen (Palaemon sp.). Ze worden commercieel bevist. Bij de visboer heten ze 'Noorse garnalen'. Vergeleken met de gewone garnaal met zijn schutkleuren valt de steurgarnaal meer op, hoewel sommige een half doorschijnend lichaam hebben. Ze hebben bruin of rood gekleurde banden op hun lichaam en vaak gele of blauwe vlekken op hun poten. Een speciaal soort steurgarnaal kan zelfs van kleur veranderen. Steurgarnalen worden geboren als man en worden later vrouwelijk. Grote steurgarnalen zijn dus vrouwtjes, al dan niet met eieren onder het achterlijf.
ster.jpg

Verspreiding en habitat
Steurgarnalen hebben vaak een voorkeur voor rustig water, zoals havens, oesterputten en getijdenpoeltjes tussen de stenen. Er is ook een brakwatersteurgarnaal, die veel voorkomt in geulen van kwelders en in brakke sloten.