Overslaan en naar de inhoud gaan

Kanoet

Kanoeten zijn plompe strandlopers met een korte nek en stevige poten. Ze hebben zich helemaal gespecialiseerd in het zoeken naar schelpdieren, waarbij het nonnetje de voorkeur heeft. Als ze voedsel zoeken, zie je ze langzaam over het wad struinen met voorovergebogen kop en hun snavelpunt in het slik gedrukt. Bij elkaar eten alle kanoeten jaarlijks ongeveer 1,5 miljoen kilo schelpdiervlees uit de Nederlandse wadbodem.

Namen 
la
Calidris canutus
nl
kanoet of kanoetstrandloper
en
red knot
fr
bécasseau maubèche
de
Knutt
meer namen
Kenmerken 
afmetingen
lengte: 23-25 centimeter; spanwijdte: 47-54 centimeter
gewicht
140 gram
kleur
zomer: roodbruin; winter: grijswit
leeftijd
gemiddeld: 7 jaar; record: 28 jaar
voedsel
winter: kleine schaaldieren, kreeftachtigen, wormen en slakken zomer: insecten, spinnen, en zaden
voortplanting
geslachtsrijp: 1 jaar; aantal: 4 eieren

Zwerm

Kanoeten zwieren vaak in grote groepen door de lucht. Dat is prachtig om te zien. Toch vraag je je weleens af waarom deze vogels niet botsen. Vogels hebben een veel beter gehoor en zicht dan zoogdieren en hebben ze uitstekende reflexen. Dat helpt! Uit computermodellen blijkt dat vogels in grote groepen zich aan drie regels houden; voldoende afstand, de vliegrichting wordt afgestemd op nabij vliegende individuen en ze sturen in de richting van de gemiddelde positie van de vogels om hen heen waardoor ze bij elkaar blijven. Botsingen worden zo niet helemaal voorkomen, maar in grote groepen is het wel echt een zeldzaamheid.

Koning Knoet

Kanoeten worden ook wel knoet genoemd. De soort is vernoemd naar de Deense koning Knoet, heerser over de landen rond de Noordzee, die de golven probeerde te keren. Een overeenkomst tussen de koning en de vogel is het leven met de getijden aan de kust.

jr-0316-kanoet-ijsland.jpg

Kanoetstrandloper | © Ecomare, Jeroen Reneerkens

Bijzondere snavel

Kanoeten vinden hun voedsel op een bijzondere manier. Ze meten met hun snavel drukverschillen rond voorwerpen in het natte zand. Zo kunnen ze tot op 10 centimeter afstand een schelpdier voelen. Tot nu toe is de kanoet de enige soort waarvan bekend is dat hij op deze manier voedsel vindt. Andere strandlopers vangen wormen doordat ze trillingen opvangen met hun snavel in het zand. Omdat de drukverschillen alleen in nat zand waargenomen kunnen worden, is het meteen duidelijk waarom een kanoet nooit voedsel zoekt op droge wadplaten. In hun broedgebieden eten kanoeten insecten.

jr-kanoet-groenland-juli2003.jpg

Kanoetstrandloper (zomer) | © Ecomare, Jeroen Reneerkens

Geurcamouflage

Kanoeten beschermen hun veren met een wasachtige stof die in een klier bij de stuit wordt aangemaakt. In de broedtijd verandert de samenstelling van deze was zodat de was minder sterk ruikt. Poolvossen en andere roofdieren kunnen de vogels daardoor moeilijker ontdekken.

jr-0243-kanoeten-ijsland.jpg

Kanoetstrandlopers in vlucht | © Ecomare, Jeroen Reneerkens

Jojo-effect

Voor de lange afstandsreizen hebben de kanoeten veel energie nodig, die ze in de vorm van vet opslaan. Een kanoet op doortocht naar Afrika kan in de Waddenzee in ongeveer een maand tijd de vetvoorraad opbouwen. Vlak voor vertrek kan de vogel wel 150 gram wegen. Dat is twee keer zo zwaar als bij aankomst, na een vlucht van een paar duizend kilometer! Tijdens de reis verteert de kanoet ook nog organen, die hij even niet nodig heeft, zoals de maag. Hart en en longen worden juist groter.

Verspreiding en leefgebied

Kanoeten zijn gebonden aan zeekusten. Bij zoete wateren in het binnenland worden ze ziek. De strandlopers gebruiken Nederland als rustplaats tijdens de trek, of als overwintergebied. Vooral in de Waddenzee kunnen tijdens de vogeltrek grote groepen kanoeten gezien worden, het is een belangrijk bijtankstation. Ze eten zich er vol met schelpdieren en kreeftjes, zodat ze met genoeg energie hun reis kunnen vervolgen. Kanoeten broeden ver in het noorden in Groenland en Siberië.

Zoek de verschillen

Waddengebied

Tankstation

Kanoeten gebruiken de Waddenzee als tankstation tijdens de vogeltrek in het voor- en najaar. De Waddenzee is een belangrijke stop tussen hun broedgebieden in het hoge noorden en de overwinteringsgebieden. Ze rusten er uit en eten flink bij voor het tweede deel van de tocht. De afnemende voedselvoorraden in de Waddenzee dreigen dan ook een knelpunt te worden voor de kanoeten. Tussen 1996 en 2005 verloren overwinterende kanoeten meer dan de helft van de voor hun geschikte voedselzoekgebieden. In die tijd liep het aantal kanoeten in de Waddenzee dan ook met bijna de helft terug. Een deel van die kanoeten is doodgegaan, het andere deel gaat voortaan naar alternatieve overwinteringsgebieden in Engeland en Frankrijk. Om meer te weten te komen over de manier waarop kanoeten in de Waddenzee naar voedsel zoeken hebben onderzoekers in 2011 zo'n 50 vogels van een zender voorzien. Met hulp van speciale ontvangstations in de Waddenzee kunnen ze de vogels op 10 meter nauwkeurig volgen.

Zoek de verschillen

In de Waddenzee komen twee ondersoorten voor: de een broedt in Canada of Groenland en trekt via IJsland naar de Waddenzee om hier de winter door te brengen. De ander trekt vanuit Siberië, via de Waddenzee naar West-Afrika, om daar te overwinteren.

Sterk wisselende aantallen

Er blijkt de grote variatie in aantallen kanoetens die 's winters in de Nederlandse Waddenzee verblijven. Dit komt omdat er ook niet altijd evenveel schelpdieren beschikbaar zijn.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: 2015.10.23