
Graspiepers komen niet alleen in het gras voor, maar in allerlei gebieden met lage begroeiing, zoals landbouwgrond, duinen, heide, moeras en kwelder. Hun nest maken ze op de grond, goed verborgen tussen de begroeiing. Ze eten kleine insecten, slakjes en wormpjes. In de herfst en winter eten ze ook zaden. In Nederland zijn het hele jaar door graspiepers te zien. Hoewel de Nederlandse broedvogels in de herfst naar het zuiden trekken, komen de Noord-Europese graspiepers juist naar Nederland om hier de winter door te brengen. Alleen bij hele strenge vorst trekken die ook verder naar het zuiden.
Namen
la
Anthus pratensis
nl
graspieper
en
meadow pipit
fr
pipit farlouse
de
Wiesenpieper

Verspreiding en habitat
De graspiepers die in Nederlandse broeden overwinteren in zuidwest Europa en Marokko. Sommige trekken zelfs door tot de savannes in west Afrika. Gedurende de trektijd kunnen graspiepers en andere trekvogels in de Sahara gezien worden, zittend op de grond. De vogels kunnen overdag dan niet verder vliegen omdat het te heet is om vet te verbranden. Dan wordt alleen 's nachts gevlogen.