
Grasmussen zijn geen mussen maar zangertjes. En ze zitten niet in het gras, maar laag bij de grond in dicht en doornig struikgewas. Met veel moeite zijn ze te vinden in hagen en in de duinen, maar ze zijn voortdurend in beweging en laten zich meestal maar kort zien. Tijdens het broedseizoen eten ze vooral insecten. In de loop van de zomer gaan ze steeds meer bessen eten. Grasmussen trekken aan het eind van de zomer naar tropisch Afrika. Daar eten ze bijna alleen bessen.
Namen
la
Sylvia communis
nl
grasmus
en
whitethroat
fr
fauvette grisette
de
Dorngrasmücke

Herstel na rampjaar
In Afrika overwinteren grasmussen op savannes met struikgewas. Sinds de grote droogte in de Sahel zijn veel struiken doodgegaan. De grasmus verloor daardoor zijn favoriete plekje en in de winter van 1968/1969 stierf dan ook driekwart van de grasmussen. Gelukkig gaat het langzaam weer beter met de grasmus. In de jaren tachtig verdubbelde het aantal bijna weer. Tussen 1998 en 2000 waren er 130.000 - 150.000 paren in heel Nederland.