

Zie ook
Verspreiding en leefgebied
In de broedtijd vind je goudplevieren overal waar toendra's en uitgestrekte hoogvenen zijn: noordelijke streken als Noord-Ierland, Schotland en Wales, Scandinavië, IJsland en de Baltische Staten. Ze overwinteren zuidelijker in zuid-Europa en westelijk Afrika. Buiten de broedtijd zijn er veel goudplevieren in Nederland te vinden. Nederland ligt op de trekbaan van de broedgebieden in het hoge noorden naar het warme zuiden. Al in juli komen de eerste goudplevieren binnendruppelen, maar eind oktober en november zijn hier de meeste. Als het weer het toelaat blijft een grote groep in Nederland hangen. Maar als het gaat sneeuwen en vriezen trekken ook deze vogels verder zuidwaarts.
Van weiland naar wad
Goudplevieren zoeken hun voedsel het liefst op oud grasland. Daar vinden ze volop regenwormen en insecten. Helaas is dit type landschap uit Nederland aan het verdwijnen. Bijna alle graslanden worden tegenwoordig intensief gebruikt en bewerkt. Hierdoor groeit er veel meer gras op. Fijn voor grasetende vogels zoals ganzen, maar er leven veel minder regenwormen in intensief bewerkte graslanden. De aantallen goudplevieren in agrarisch gebied nemen dus af. In het waddengebied worden juist steeds meer goudplevieren geteld. Vooral in de nazomer zoeken goudplevieren massaal naar eten op het wad. Op de wadplaten bij Texel kun je tegenwoordig duizenden goudplevieren zien. Waarschijnlijk eten ze er kleine schelpdieren, wadslakjes en zeepieren.