
De kleppen van gewone tapijtschelpen spoelen regelmatig aan op stranden van de Lage Landen, soms in massale hoeveelheden. Ze zijn min of meer ovaal van vorm, met de top ver naast het midden. Er zijn duidelijke groeiringen te zien op de geel-beige schelp. Vooral jonge exemplaren hebben ook paars-bruine v-vormige tekeningen. Fossiele exemplaren zijn donkerder gekleurd. Deze komen uit de Eemtijd en zijn dan ongeveer 100.000 jaar oud.

Verspreiding en habitat
De gewone tapijtschelp leeft in gebieden die niet te veel verstoord worden door de golfslag, in zones tot 40 meter waterdiepte. Daar leven ze tot 5 à 10 centimeter diep ingegraven in de zeebodem, maar ze komen ook bovengronds voor bovenop de zeebodem of op mosselbanken. Dit schelpdier hecht zich extra vast met baarddraden aan een nabije steen of schelp, ook als ze ondergronds leven. Heel af en toe kom je de gewone tapijtschelp tegen in spleten of de boorgangen van boormossels. Dan kunnen ze een sterk vervormde schelp hebben.
De gewone tapijtschelp komt voor van Noorwegen tot in het Middellands Zeegebied en zelfs aan de noordkust van West-Afrika. Schelpen van de gewone tapijtschelp spoelen vrji algemeen aan op zowel Belgische als Nederlandse stranden.
3101_kleine-tapijtschelp_WoRMS-Filip-Nuytten.jpg

Herkenning
Het meest opvallende aan de wat rechthoekige gewone tapijtschelp is dat de punt niet in het midden ligt en de schelp dus asymmetrisch oogt. Ook hebben ze een groot aantal fijne horizontale groeilijntjes die over de schelp lopen. Jonge exemplaren hebben vaak v-vormige donkerdere streepjes op de schelp, die wat lijken op vlammetjes. Aan de binnenkant van de schelp heeft de gewone tapijtschelp een zeer grote mantelbocht, die tot halfweg de schelp doorloopt.
Links
Bovenliggende categorieën
Gewone tapijtschelp | © Ecomare, Sytske Dijksen
Jonge gewone tapijtschelp | © WoRMS, Filip Nuytten