Overslaan en naar de inhoud gaan

Fuikenvisserij

Je zwemt met de stroom door een grote hoepel. Niets dan ruimte om je heen, geen vuiltje aan de lucht. Maar dan wordt de tunnel nauwer, tot je in een doorgang komt waar je maar net doorheen kan. Gelukkig is daarachter weer een ruime tunnel. Vlug verder zwemmen. En dan wordt de tunnel weer nauwer, weer zo'n smalle doorgang. Na vijf of zes hoepels is er geen doorgang meer, en terugzwemmen is ook onmogelijk. Je zit gevangen in een fuik. Fuiken worden langs de kust, in de deltawateren en in de Waddenzee vooral ingezet voor de vangst van paling, krab en kreeft.

Verdronken zeehonden

De vis die in een fuik is gezwommen vormt een aantrekkelijke buit voor een zeehond. Eenmaal in de fuik kan de zeehond er niet meer uit en verdrinkt hij. In Nederland zijn sinds 1994 alle fuiken in de getijdenwateren verplicht uitgerust met een keerwant, waardoor zeehonden er niet meer in kunnen verdrinken. Dit keerwant is een grootmazig net in de eerste hoepel van de fuik, waar de paling wel door heen kan, maar een zeehond niet. Toch verdrinken er nog altijd zeehonden in fuiken die niet zijn uitgerust met het verplichte keerwant.

fuik1.jpg

Schietfuik met verdronken zeehond (Griend) | © Ecomare, Ter beschikking gesteld door Jan van Dijk
CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: