Overslaan en naar de inhoud gaan

Folklore op Vlieland

Op een eiland blijven oude gebruiken en tradities vaak langer in ere dan op minder geïsoleerde plekken op het vaste land. Op Vlieland zijn bijvoorbeeld de begrafenissen, het pierepauwen, het opkleden en de oudejaarsviering typerend. Tenslotte behandelt dit hoofdstuk het dier, waar de Vlielanders hun bijnaam aan te danken hebben: de geit. Sinds de zestiger jaren van de vorige eeuw zijn ook op Vlieland folklore en gebruiken verminderd. Er woont op het eiland steeds meer 'import', dat wil zeggen mensen van de vaste wal, en het gastenseizoen duurt steeds langer. Het verenigingsleven en de oude gebruiken hebben hier onder te lijden.

Pierepauwen

Het zogenaamde 'Pierepauwen' is een typisch Vlielands folkloristisch gebruik. Het is op de avond van de tweede november (Allerzielen). Kinderen in de leeftijd van vier tot tien jaar gaan met lampions of zelfvervaardigde verlichting langs de straat van huis tot huis en krijgen van de bewoners snoep of fruit.

Daarbij zingen zij het traditionele enigszins verbasterde liedje:
"Piere piere pauwen
jongens en meisjes gaan trouwen
jongens met witte overhemd aan
en meisjes met witte mouwen"
Het gebruik zou stammen uit de tijd van de Franse bezetting. Men gaat er van uit dat de naam 'Pierepauwen' afkomstig is van het lichtfeest rond de apostelen Petrus en Paulus; in het Frans Pierre et Paul.

Begrafenissen op Vlieland

Bij een sterfgeval werd in de rouwkamer een nachtlicht geplaatst, nadat de naaste buurvrouwen het lijk hadden afgelegd. Dit gebruik, dat al bij de Romeinen voorkwam, betekende dat de overledene een 'kind des lichts' was. Zogenaamde waaksters bleven bij de dode, en twee andere vrijwilligsters gingen, stemmig gekleed, van deur tot deur om mede te delen wie er was overleden. Dit gebruik is in 1964 gestopt. De overledene werd altijd naar het kerkhof gedragen. Vaak waren de buren de dragers. Sinds enige tientallen jaren wordt de dode op een rijdende baar naar de laatste rustplaats gebracht. Dit gebeurt nog altijd door vrijwilligers. Om toerbeurt wordt men aangewezen. Onder klokgelui wordt de overledene naar het graf gebracht. Een ieder die eerbied wil betonen sluit zich bij de rouwstoet aan. Nog steeds gaan de gordijnen van de woningen waarlangs de stoet komt dicht. Vlaggen worden gestreken, uitstallingen naar binnen gehaald, deuren worden gesloten en in winkels gaan de lichten even uit. De oude Hervormde Kerk is de plaats waar iedereen de dode in een korte dienst herdenkt, waarna men naar het graf gaat.

Opkleden

Een heel bijzonder Vlielander feest is het zogenaamde 'opkleden' op 5 december, de dag dat Sint Nicolaas op Vlieland arriveert. Al jaren besluit de Goedheiligman zijn liefdadigheidstoernee door Nederland op Vlieland. Naast het gewone Sinterklaasfeest vindt er 's avonds een echt folkloristisch gebeuren plaats onder de naam 'opkleden'. Dit gebruik lijkt op soortgelijke feesten op andere eilanden, zoals Oude Sunderklaas op Texel en Klozum op Schiermonnikoog. Vanaf 19.30 uur gaan zo'n 150 personen in 'het pak' langs de huizen waarvan de deuren openstaan en gaan daar naar binnen. 'Het pak' kan iets uitbeelden dat het afgelopen jaar op het eiland is gebeurd. Het kan ook een eenvoudige verkleding zijn. Net als het maken van praalwagens voor het carnaval is het maken van 'het pak', de vermomming dus, soms al maanden of weken van te voren, een gezellige gebeurtenis. Alles gebeurt natuurlijk in het diepste geheim.
In de woning proberen de verzamelde mensen de verklede personen te herkennen. Het meeste succes heeft natuurlijk hij of zij van wie de vermomming zo goed is, dat de naaste familie de betrokkene niet herkent. Alle Nederlandse Waddeneilanden kennen varianten van dit feest. Vroeger was het opkleden alleen voor mannen. Als een vrouw werd ontdekt tussen de opgeklede figuren, dan werd ze onder dreiging van een pak slaag naar huis gejaagd. Deze traditie is op Vlieland verlaten, maar wordt op Ameland (Sunterklaas) nog in ere gehouden. Op Schiermonnikoog viert men het 'Klozum'-feest ook op 5 december. Op Midden- en Oost-Terschelling vieren de eilanders op 6 december 'Sunderum'.  Op Texel heet het hekel- en verkleedfeest 'Oude Sunderklaas' en viert men het op 12 december.

Oudejaarsviering

De oudejaarsviering op Vlieland is een verhaal apart. Eeuwenlang is de jaarwisseling aan niemand voorbijgegaan. Voor de twintigste eeuw werd het nieuwe jaar vol blijdschap met geweerschoten begroet. Ondanks streng verbod via gemeentelijke verordeningen bleek het gebruik niet uit te roeien. "Expresselijk is het verboden het Nieuwe jaarschieten, hetzij met Geweeren, Pistoolen en daartoe bereidde sleutels en het werpen van Voetzoekers of andere Vuurwerken".

In de twintigste eeuw kwam het zogenaamde slepen in de mode. Alles wat los stond werd versleept. Nog altijd weet iedereen een paar hoogtepunten. Zo werd begin zestiger jaren de fiets van de rijksveldwachter (die overigens niet op slot stond) weggehaald bij het huis waar de goede man even zijn nieuwjaarswensen deed. De fiets werd op een dak gezet. Een week lang werd er intensief naar gezocht. In één van de fietstassen zaten zijn dienstrevolver en het boekje met bekeuringen! Die hadden de slepers niet ontdekt.
De grootste en zwaarste stunt vond begin negentiger jaren plaats toen de jeugd met een oud pantservoertuig van het leger middernacht door het dorp reed. Ze zetten het ding voor het gemeentehuis. Zij hadden de tank, die als schietdoel op de Vliehors stond, aan de gang gekregen!
De laatste jaren raakt de 'sleperij' in verval. De nieuwste traditie is om direct na middernacht met véééél-lawaai-producerende bromfietsen en motoren door het dorp te jagen. Het oude jaar wordt zo ongeveer twintig minuten lang met de grootst mogelijke herrie verjaagd. Ook het afschieten van vuurwerk is de laatste jaren sterk toegenomen.

De Geit

Vlielanders worden wel uitgescholden voor 'geiten'. Als Vlielanders op Terschelling liepen stonden bakjes met schillen buiten. Dat was voor die geiten van Vlieland. Dit lieve dier heeft altijd een belangrijke rol gespeeld op Vlieland. We vinden nu nog op de kaart een naam die hieraan herinnert: 'Het Bokkendal'.

De Luikse hoogleraar Mr. J. Ackersdijk schreef in zijn reisverslag van september 1826, dat er op Vlieland 'eenige koijen (eendenkooien), weinige schapen en ongeveer 80 geiten en bokken zijn'. De geit was dus in trek bij de Vlielanders. Het zijn erg gemakkelijke dieren. 's Morgens liepen ze van huis, trokken het duin in en kwamen 's avonds gezamenlijk weer naar het dorp terug. De geiten trokken vaak naar het gebied achter het Vuurboetsduin. Bij slecht weer vonden ze een luwtje in de beschutte duinvallei. Die vallei heet nog steeds het Bokkendal.
De geit was de melkkoe van de Vlielanders. De melk werd gedronken, en men maakte er kaas van. Uiteraard werden ze ook geslacht voor vlees. In veel woningen was achter het huis een geitenstal.

De grond op Vlieland zou ongeschikt zijn om schapen te houden. De dieren zouden door het innemen van een bepaald plantje leverbotziekte krijgen. Die gedachte is in 1997 definitief naar het land der fabelen verwezen. Dierenarts J. Borsje uit Heemstede, die ook op Vlieland een kleine praktijk heeft, haalde schapen naar het eiland. Hij gaf de dieren een normale pillenkuur en ze bleven kerngezond. Waarschijnlijk gaf men de dieren vroeger nooit pillen. Leverbotziekte kwam overigens ook op Texel voor, bij uitstek het schapeneiland!
Niettemin zal de geit altijd hét Vlielander dier blijven, zoals Texel zijn schaap heeft...

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: