
Tussen De Koog en Den Hoorn liggen oudere, kalkarme duinen. Deze omstandigheden zijn ideaal voor heide, en dat zie je hier dan ook volop. Tussen de heidevelden liggen duinweiden. Er komen veel vlinders voor. Verschillende delen hebben verschillende namen. Van noord naar zuid zijn dat de Seetingsnollen, het Duinpark, de Bleekersvallei, de Westerduinen en de Bollekamer. In de Westerduinen is een grote meeuwenkolonie.
Kalkarme duinen
De duinen tussen De Koog en Den Hoorn zijn oud, dat betekent minstens 500 jaar. De valleien zijn hier door de wind helemaal uitgeblazen, tot op het grondwater. Deze duinen zijn kalkarm. Alle kalk, die er nog in zat in de vorm van schelpen, is er in de loop der eeuwen uitgespoeld. Alle oudere duinen ten noorden van Bergen aan Zee zijn kalkarm. Dit is te zien aan de heide die daar groeit, want die plant komt niet voor op grond waar veel kalk in zit.
Seetingsnollen
fitis-seetingsnollen.jpg

De Seetingsnollen is het duingebied tussen de strandpalen 17 en 21. In het noordelijke deel ligt de camping Kogerstrand. In het gebied ligt het hoogste punt van Texel: een rijtje duinen van bijna 25 meter hoog, langs de Ruijslaan. Aan de oostkant is een strook duinen begroeid met dennenbos. De twee langgerekte valleien op camping Kogerstrand, langs de zee, zijn jonger dan het omringende gebied. Hier zit nog vrij veel kalk in de grond, wat te zien is aan de duindoorns en vlieren. Daar broeden nachtegalen.
Duinpark
Het duingebied ten zuiden van Ecomare wordt het Duinpark genoemd. Het is bedoeld voor natuureducatie. Het gebied is omheind, je kunt er alleen via Ecomare in. Na vijf uur is het er dus rustig, en er komen geen honden. Alle paden lopen van en naar Ecomare en er staan bordjes met natuurinformatie. In het gebied zijn twee uitkijkpunten. Daarvandaan heeft de wandelaar een prachtig uitzicht over het gebied, van het strand tot aan het bos. De opbouw van de duinbegroeiing is goed te zien: in de zeeduinen helm, daarna bramen, vlier en duindoorn, dan duinroosje, kruipwilg en meidoorn. In de oudere duinen groeien heide en berkjes.
In het Duinpark komen keverorchis, wintergroen en driedistel voor. De eerste twee soorten zijn vanaf het pad moeilijk te zien. Langs zandricheltjes kun je de kuiltjes van mierenleeuwen vinden. Er komen ook maar liefst vier soorten aardsterren, een markant soort paddenstoel, voor.
Bleekersvallei, het begin van de Moksloot
Tussen het Duinpark en Westerslag ligt de Bleekersvallei. Het is een ruime vallei met duingrasland en heide. De naam herinnert aan de blekerijen die hier in de buurt waren, tot 1776. Men haalde het water om linnen te bleken in deze vallei.
In de Bleekersvallei begint de Moksloot. Die is in 1880 aangelegd om het duingebied te ontwateren. Men wilde er landbouwgrond van maken. Veel valleien in de duinen stonden voor die tijd onder water. De Moksloot loopt van de Bleekersvallei naar het zuiden, tot de Mokbaai.
Door ontwatering en bemesting nam de soortenrijkdom aan planten sterk af. En de grond leverde nauwelijks iets op... In 1935 heeft Staatsbosbeheer geprobeerd de oude situatie te herstellen door de aanleg van zeven dammen in de Moksloot. Het resultaat was mager. Maar na het stoppen van de waterwinning werden de duinen toch wel weer wat natter.
Moksloot
fitis-duinmidden-moksloot-1-sd.jpg

De Texelaars hebben lange tijd het water uit de Moksloot gebruikt als drinkwater. Het waterpeil werd in de winter en het voorjaar gestuwd voor gebruik in de zomer. Er mocht 500.000 kubieke meter water onttrokken worden. Maar de vraag naar water werd veel hoger. Er kwam een andere drinkwatervoorziening en in 1993 is de waterwinning in de Moksloot helemaal gestopt. Daarna is de grondwaterstand 60 centimeter gestegen. Staatsbosbeheer heeft toen in grote stukken duin de humeuze en verruigde toplaag laten verwijderen. Het doel hiervan was om weer voedselarme duinvalleien te krijgen.
De meeuwenkolonie van de Westerduinen
Tussen de Westerslag en de Jan Aijeslag ligt de meeuwenkolonie van de Westerduinen. In de kolonie leven zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen. De vogels komen al in februari aan, maar de eerste eieren worden pas begin mei gelegd. De vogels verlaten de kolonie in juli, met hun jongen. Er zijn speciale excursies door de meeuwenkolonie, die heel spannend zijn voor kinderen.
De Bollekamer
fitis-duinmidden-bollekamer-paarden-1-sd._01.jpg

De Korverskooi
De Korverskooi is een eendenkooi, ten noordoosten van De Koog. De kooi is nog steeds in gebruik. Er staat ook een val voor het vangen en ringen van zangvogels. Omdat het er rustig moet blijven is de kooi niet open voor publiek. De Korverskooi werd in 1842 als 'vogelenkooi' aangelegd. Het doel was uiteraard om zo veel mogelijk eenden te vangen om op te eten. In 1960 kwam hij in beheer bij Staatsbosbeheer. Het was de bedoeling om een einde te maken aan de commerciële vangst van 'blauwgoed'. Jagers noemen alle eendensoorten behalve de wilde eend zo. Vanaf dat moment werd er vooral gevangen om de vogels te ringen en weer los te laten. Alleen de halftamme boereneenden worden door de kooiker doodgemaakt. Die komen in de pan terecht.