
Als in de herfst de oranje bessen de duinen kleur geven is duindoorn op zijn opvallendst. Je kunt de zurige lucht van de bessen, die rijk zijn aan vitamine C, zelfs goed ruiken. Die bessen worden door veel trekvogels gegeten. Ze zijn precies rijp in de tijd dat duizenden lijsters en andere zangvogels de duinen passeren op weg naar hun overwinteringsgebieden. De extra energie die de bessen geven hebben ze dan hard nodig. Ook bastaardsatijnvlinders houden van duindoorns. Ze leggen hun eieren op de plant. Groepen rupsen spinnen cocons en leven daarin tot ze verpoppen. Soms zit een duindoornplant helemaal vol met die wittige spinsels. Duindoorn groeit op kalkrijke plekken in het duingebied. De plant komt voor van West-Europa tot in China.

Goed beschermd
fitis-duindoorn-en-hondsroosbottels-mok-10-08-sd.jpg

Duindoorn kan wel een halve meter per jaar groeien. Daarom heeft de struik, net als helm, geen last van stuivend zand. Om verdamping te voorkomen is de duindoorn bekleed met stervormige schubjes. Deze schermen de struik af van directe zonbestraling. Ze zijn met lucht gevuld en geven de struik de grijs-zilverachtige kleur.
Wortelknolletjes
Duindoorn is een belangrijke plant voor het duin want hij brengt via wortelknolletjes stikstof in de bodem. Die meststof gebruikt duindoorn deels zelf, maar er blijft voldoende over om de groei van andere planten mogelijk te maken. In de buurt van duindoorns zien we dan ook vaak dichte vlierbosjes en een bodembegroeiing van brandnetels en braam. De duindoorn vormt zo een belangrijke schakel in de duinlevensgemeenschap. De bessen en bladeren dienen als voedselbron voor allerlei planten en dieren. De doornige struiken bieden een schuilplaats voor wild (reeën) en broedplaats voor veel vogelsoorten. De plant is voor de vorming van de wortelknolletjes die het stikstof binden afhankelijk van een bacterie. Er worden geen knolletjes op oudere wortels gevormd, en oudere wortels vormen geen jongere worteldelen. Na ongeveer 7 jaar is het aantal knolletjes sterk verminderd en voor 80% afgestorven. Na 10 tot 15 jaar sterft de duindoorn langzamerhand af en kunnen andere soorten de plaats innemen.
Nieuwe spruit
oi.jpg

Een groep duindoornstruiken is meestal afkomstig uit één ouderplant. Ondergrondse wortelstokken zorgen voor nieuwe planten. De groep bestaat dan uit stekken van één plant, en de bijbehorende struiken zijn óf vrouwelijk óf mannelijk.