
Op de oostpunt van Ameland ligt de Hon, een dynamisch gebied met jonge duinen en een kwelder die onder natuurlijke omstandigheden is gevormd. Een paar honderd jaar geleden was de Hon er nog niet en eindigde Ameland bij het Oerd. De Hon is ontstaan toen grote hoeveelheden strand en duin aan de westkant van Ameland verloren gingen en de stroming het zand 25 kilometer verderop weer teruggaf. Ameland verplaatst zich dus naar het oosten.
Flora
Tot 1960 was de zandplaat onbegroeid. Door de aanleg van een stuifdijk tot paal 23 en spontane duinvorming ten oosten daarvan werd de zandplaat minder vaak overspoeld. Daardoor gingen er planten groeien. Het was de eerste aanzet voor het ontstaan van een kwelder, een buitendijkse slikplaat die met zoutverdragende planten is begroeid.
Op de hoge kwelder groeit rood zwenkgras, fioringras, gewoon kweldergras en Engels gras. Op de lagere delen bloeit in de zomer lamsoor.
Fauna
Het westelijk deel van de Hon is van It Fryske Gea, een Friese natuurbeheerdersorganisatie. Hier broeden visdief, noordse stern, eidereend, scholekster, bontbekplevier, strandplevier, tureluur, kluut, kleine mantelmeeuw en dwergstern. De Hon is een pleisterplaats en hoogwatervluchtplaats voor wadvogels. Tijdens de vloed komen er vele duizenden vogels rusten. Voor de rotgans is het kweldergebied van de Hon belangrijk als voedselgebied.
Bovenliggende categorieën
Kwelderplanten op de Hon | © Johan Krol, archief Natuurcentrum Ameland