Overslaan en naar de inhoud gaan

Zeesla

Tijdens een wadlooptocht zie je her en der zeesla groeien. ‘Flap’ noemden de vissers het. In Bretagne vormt dit groenwier een plaag. Het komt nog steeds algemeen voor in de getijdengebieden rond de Noordzee maar in de Waddenzee neemt hij de afgelopen decennia in aantal af. Dit komt omdat er minder meststoffen in het water zitten. Zeesla kan makkelijk losraken van zijn aanhechtingsplaats, dan groeit het gewoon door. Vaak vind je stukken afgestorven zeesla, verbleekt in de zon. Dat ziet eruit als wc-papier.
Namen 
la
Ulva sp.
nl
Zeesla
en
sea lettuce
fr
ulve
de
Meersalat
meer namen
Kenmerken 
afmetingen
zowel in lengte als breedte tot enkele tientallen centimeters; blad twee cellagen dik
uiterlijk
blad onregelmatig van vorm; licht- tot donkergroen gekleurd
leefgebied
vastgehecht aan rotsen, stenen of schelpen; groeit goed in voedingsrijk water met voldoende licht

Zie ook

Hulpmiddelen om te groeien

Zeesla begint begint in april te groeien, maar blijft een klein wierplantje tenzij het gezelschap krijgt van de bacterie YM2-23. Die bacterie scheidt een stofje af dat de groei van zeesla op gang brengt. Die groei kan dan razendsnel gaan. Een zeesla-blad kan in de Nederlandse getijdenwateren 1 vierkante meter worden.

Gezond en nuttig

Zeesla bevat veel mineralen en vitaminen, zoals magnesium, calcium, vitaminen A, C en B12. Je kunt het eten maar het is erg taai.  Het wordt veel verwerkt in voedsel. Maar dit is niet het wier dat gebruikt wordt om sushi te maken. Dat is purperwier. De hoge groeisnelheid maakt de plant geschikt als levende waterzuiveraar: hij onttrekt in korte tijd enorm veel groeistoffen aan het water. Per gram nieuw zeeslablad wordt 600 microgram stikstof opgenomen. Het is daarmee één van de soorten die in aanmerking komt voor de hoofdrol in de zuiverende wiertuinen onder en rond zalmkwekerijen. Het wordt nu al gebruikt om afvalwater van biogasinstallaties te zuiveren.

Grazen

Zeesla wordt gegeten door watervogels en door kleine kreeftachtigen, zoals amfipoden en zeepissebedden. Bij die laatste groep kan de schijn bedriegen: soms gaat het de kleine kruipers juist om de film van kiezelwieren op het zeeslablad. In dat geval profiteert de zeeslaplant van de begrazing omdat een schoon blad meer licht opvangt.

fitis-jassa-zeesla.JPG

Jassa op zeesla | © Foto Fitis

Zwarte vlekken

Op het wad was er midden jaren '90 van de vorige eeuw soms sprake van 'zwarte vlekken': grote oppervlakten waren door het rotten van enorme hoeveelheden zeeslablad compleet zuurstof- en levenloos geworden. Algemeen wordt aangenomen dat dit verschijnsel niet meer voorkomt omdat er nu veel minder fosfaat in het waddenwater zit. Dat is nog niet overal het geval. In Bretagne heeft de bloei van zeesla in recente zomers tot grote problemen geleid. De kust bestaat daar uit rotsen, met strandjes in baaien. Het wier verzamelt zich in de beschutting van de baaien. De pakketten rottend wier waren soms wel een meter dik en bedekten alle strandjes. Rondscharrelende everzwijnen stierven omdat ze te veel zwavelwaterstof, dat vrij kwam uit het rottende wier, binnen kregen. Ook twee menselijke sterfgevallen zijn in verband gebracht met de wieroverlast. Het toerisme kreeg een gevoelige klap. Deze extreme bloei van de zeesla wordt in verband gebracht met ongezuiverde lozingen vanuit de intensieve Bretonse veehouderij. Deze Bretonse toestanden zullen in Nederland, met de lange kustlijn en grote wadplaten, niet zo snel optreden, maar vormen toch een schrikbeeld voor de tegenstanders van de plannen om de zee weer met fosfaat te gaan bemesten.

Bovenliggende categorieën

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2017 - Laatst bijgewerkt: 2017.08.28