

Honderden soorten
In Nederland zijn er ongeveer 100 soorten dagvlinders en 800 soorten nachtvlinders. Voorbeelden van dagvlinders zijn aardbeivlinder, kleine vuurvlinder, heideblauwtje, bruin blauwtje en groentje.Voorbeelden van nachtvlinders zijn ligusterpijlstaart, stippelmot, avondpauwoog, klein avondrood, jakobsvlinder en bastaardsatijnvlinder.
Vlindervriendelijk duinbeheer
Vlinders komen veel voor in gebieden waar veel verschillende planten groeien. Zo komen ze veel voor in duinen waar zowel open zand, grasland, heide, struweel als bos is. De afwisseling van droge en natte, en van voedselarme en voedselrijke plekken is gunstig voor vlinders.Begrazing door runderen of paarden is een manier om variatie in de duinen te krijgen. Sommige plekken grazen ze kort, anderen plekken verruigen. Sommige plaatsen worden door vertrapping open of worden met uitwerpselen bemest. Het is belangrijk dat er niet te veel dieren rondlopen, anders eten ze te veel bloemen op.Maaien is een andere beheersmaatregel. Je moet niet alle planten weg maaien, omdat je dan ook alle rupsen en poppen weghaalt. Een deel van de planten moet je laten staan. Dat heet variabel maaibeheer.
Vlindertrek
fitis-kolibrievlinder-sd.JPG
De Nederlandse winters zijn voor een aantal vlindersoorten te koud. Ze trekken weg naar het zuiden. Andere soorten trekken op hun beurt naar het noorden als het ze hier te warm wordt. De bekendste trekvlinders zijn de atalanta en de distelvlinder. Ook de kolibrivlinder op de foto is een trekvlinder. Vaak vliegen ze langs de kust. Ook witjes kunnen trekgedrag vertonen.