
Verkeer en vervoer op een eiland staat en valt met scheepvaart. In vroeger tijden werd het vervoer van en naar de waddeneilanden verzorgd door beurtschippers. Eeuwenlang vervoerden zij mensen en goederen van en naar de eilanden. In de 19e eeuw had Ameland post- veer- en beurtschepen. Ze voeren zowel met zeil- als met stoomschepen.
Afhankelijk van het tij
Bij Ameland was er geen plek met diep water, waar je ook met laagwater kon aanmeren. De schepen voeren dus alleen met hoogwater. Het laden en lossen geschiedde op een droogvallende zandplaat aan het Skütegat bij Hollum. Op het eiland zorgde de voerman met paard en wagen voor verder vervoer op het eiland. Vaak ging hij met zijn wagen zo ver mogelijk het wad op om de reizigers met droge voeten aan land te kunnen brengen.
Aanleghoofd
Aan het einde van de 19e eeuw werd bij Nes, met subsidie van de overheid, een met stenen versterkt aanleghoofd gemaakt. Er kwam een geregelde veerdienst met stoomboten van Holwerd naar Nes op gang. Deze dienst werd onderhouden door particuliere vervoerders. Beurtschippers bleven laden en lossen op de ree in Hollum. In strenge winters, wanneer de scheepvaart stil lag, werden post en noodzakelijke goederen door vliegtuigjes gebracht. Het strand bij Ballum was de landingsbaan.
f-ameland-51_800px.jpg

Wagenborg Passagiersdiensten (WPD)
In 1920 werd Wagenborg Passagiersdiensten (WPD) aannemer van Rijksveerdiensten naar de eilanden Ameland en Schiermonnikoog. Ze werkten samen met Rijkswaterstaat. Die zorgde voor onderhoud en verbreding van de vaargeulen en de aanlegmogelijkheden. De wegen op het eiland werden verhard en ondernemende eilanders haalden gasten op met T-Fordjes. Later kwamen er bussen.
Wagenborg Passagiersdiensten vervoerde in 1920 ongeveer 15000 personen en 5000 fietsen. Pas rond 1935 kwam de eerste auto naar Ameland. De groei van het toerisme zorgde voor grotere veerboten en meer vervoer. Zo werden in 1985 ongeveer 800.000 passagiers vervoerd, ongeveer 70.000 fietsen en ongeveer 58000 auto's. Het autoverkeer op Ameland is zo gegroeid dat de gemeente rotondes bij Nes en Ballum heeft aangelegd.
Vliegen op Ameland
Het vliegveld is in 1953 op verzoek van de gemeente Ameland aangelegd. De opening was in 1956. Het vliegveld ligt in een stuk duingebied in de buurt van Ballum. Voor die tijd deed het vliegverkeer Ameland hoofdzakelijk in de winter aan. Bij zware ijsgang in de Waddenzee werd post en bevoorrading aangevoerd door vliegtuigjes. Het Noorderstrand was toen de landingsbaan. Nu is het 's zomers, in het toeristenseizoen, druk op het vliegveld.
Het is een klein vliegveld, alleen geschikt voor kleine vliegtuigjes. De landingsbaan is 800 meter lang en 25 meter breed. Op vliegveld Ameland worden privé-, bedrijfs- en zakelijke vluchten uitgevoerd. In de recreatieve sector zijn er op het vliegveld twee bedrijven: Er is een professioneel paracentrum voor parachutespringen. Het springen gebeurt onder leiding van erkende instructeurs. En er is een rondvluchtbedrijf voor rondvluchten, vluchten met bestemming buiten Ameland en zweefvliegen.
fitis-ameland-noordwestpunt-luchtopname-sd_800px.jpg
