
De smalle olijfwilg heeft zilverachtige schubjes op zijn takken en bladeren. Daarmee valt deze boom gemakkelijk op tussen de andere begroeiïng in de Zuid-Nederlandse duinen of langs de oevers van de deltarivieren. In mei en juni bloeit deze boom met vele lichtgele bloemetjes, waar je lekkere limonadesiroop van kan maken. Ook de vruchtjes, die op olijven lijken, zijn eetbaar. Ze smaken zoet en worden in Iran gedroogd en in melk opgelost als medicijn tegen gewrichtspijn. De boom komt van oorsprong uit Azië. Eeuwen geleden geïmporteerde sierstruiken hebben zich in het wild vermeerderd.

Verspreiding en habitat
Smalle olijfwilg komt oorspronkelijk voor in Azië, later ook in Zuid-Europa en West-Europa. Kan op veel verschillende soorten ondergrond groeien, waaronder extreem vochtige grond, of zilte bodems. Het is een kenmerkende plant op de zoetwaterschorren van de Zeeschelde.