
Schijnspurries komen voor op zandige of zilte plaatsen, zoals kwelders. Zilte schijnspurrie groeit op zilte bodems hoog op de kwelder die maar zelden overstromen. Gerande schijnspurrie groeit lager, waar de bodem veel vaker onder water staat. Maar de bloem heeft een slimme methode om geen last van het zoute water te hebben. Als de plant onder water is sluiten de bloemblaadjes. Ze houden een luchtbel vast, zodat stamper en meeldraden droog blijven. Allebei de schijnspurries komen overal op de wereld veel voor langs de kust. Soms vind je ze ook in het binnenland, langs wegen waar zout gestrooid is.

Zie ook
Makkelijk te verwarren
De twee soorten schijnspurrie, zilte en gerande, lijken sterk op elkaar. Maar je kunt ze toch wel uit elkaar houden. De bloemen van de zilte schijnspurrie zijn kleiner, hebben niet meer dan 8 meeldraden en meestal zijn de kroonbladen korter dan de kelkbladen. Bovendien heeft zilte schijnspurrie een penwortel waardoor je ze gemakkelijk uit de grond trekt. En de zaden hebben geen 'vleugeltjes'. Deze plant groeit het liefst op kale plekken, bijvoorbeeld langs paden op de kwelder.
Gerande schijnspurrie heeft grotere bloemen met meestal 10 meeldraden. Je kunt hem moeilijker uit de grond trekken omdat het wortelstelsel ingewikkelder is. Zulke planten zijn meestal overblijvend en dat is ook zo bij gerande schijnspurrie. Meestal hebben de zaden een brede 'gevleugelde' rand, vandaar de naam. Gerande schijnspurrie groeit meestal lager op de kwelders tussen de vegetatie.
anjers gerande schijnspurrie mok 08-11_800px.jpg

Links
Bovenliggende categorieën
Zilte schijnspurrie | © Ecomare, Sytske Dijksen