
Rode bosmieren maken grote mierenhopen van dennennaalden en andere plantenresten. Het zijn alleseters die op allerlei insecten jagen. Ze hebben een voorkeur voor bladluizen, die ze niet opeten, maar waarvan ze de zoete honingdauw aflikken. Mieren communiceren met elkaar door middel van antennecontact en feromonen (signaalstoffen). De antennes bevatten zintuigen voor veel verschillende soorten waarnemingen: temperatuur, geur, warmte, vocht, kooldioxide gehalte van de lucht en trilling. Een mierenkolonie bestaat uit koningin(en), mannetjes en steriele werksters. In de paartijd vliegen de mannetjes en de niet bevruchte koninginnen uit. De bevruchting vindt in de lucht plaats, waarna de mannetjes sterven. De koningin bijt haar eigen vleugels eraf en zoekt een geschikte nestplaats voor haar nakomelingen.
Namen
la
Formica rufa/Formica polyctena
nl
behaarde rode bosmier/kale rode bosmier
en
southern wood ant
fr
fourmi rousse des bois
de
Rote Waldameise
