
De Prins Hendrikpolder is meestal het eerste stuk Texel dat je van het eiland te zien krijgt. De dijk werd gedicht in 1847. Hij is genoemd naar Prins Hendrik de Zeevaarder. Er zijn grote rechthoekige percelen met akkerbouwgewassen of bloembollen. Zo is 'de Prins' het moderne visitekaartje van agrarisch Texel. De veerhaven en de zee-onderzoekstinstituten NIOZ en IMARES liggen aan de zuidkant van deze polder.
Moeizame inpoldering
mok.jpg

Na de aanleg van de polder Hoornder Nieuwland ontstond in zuid-oostelijke richting een landtong met duinen, 't Horntje. Tussen deze landtong en de Texelse zeedijk lag een grote baai. De eerste poging tot inpoldering in 1776 mislukte omdat de nieuwe dijk bezweek onder een zware storm. Even later lukte het wel en was er sprake van de polder Hoorn en Burgh. Maar in 1792 heroverde de zee het land. Pas in 1847 lukte het definitief. In het oosten van de polder, direct onder de waddendijk, ligt het natuurgebiedje Molenkolk. De bodem van de polder is hier zo laag dat de zoute kwel direkt aan de oppervlakte komt. Het is in beheer bij Natuurmonumenten.
Natuur en onderzoek
In 't Horntje zijn twee grote wetenschappelijke instituten gevestigd. Je kunt ze zo zien vanaf de boot: Het NIOZ, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, en in hetzelfde gebouw de mariene afdeling van Wageningen IMARES, het onderzoeksinstituut voor de groene ruimte.