
Parnassia is een wettelijk beschermde, zeldzame plant. Hij groeit op vochtige plaatsen met weinig voedingsstoffen in de bodem, zoals duinvalleien en schrale graslanden. De plant heeft bijzondere, geaderde bloemen en bloeit van juni tot in september. De vijf 'honingorganen' in het bloemhart zijn vergroeide meeldraden die bestuivende insecten lokken. Aan een parnassiabloem kun je zien hoe lang die heeft gebloeid: elke dag gaat er een meeldraad naar buiten. De plant is genoemd naar de Parnassus, de Griekse berg die gewijd was aan de god Apollo.

Zie ook
Verspreiding en habitat
Parnassia groeit in de koude gematigde streken van het noordelijk halfrond. Vroeger kwam de plant in heel Nederland algemeen voor. Nu zijn alleen in het waddengebied en het deltagebied nog plekken met veel parnassia te vinden. Ze groeien in jonge duinvalleien, maar ook op andere plaatsen waar het blijvend vochtig en niet te voedselrijk is, zoals beekdalen en veenachtige gebieden.
fitis-parnassia-1-sd_800px.jpg

Uitzonderlijk aantrekkelijk
Parnassia moet worden bevrucht met stuifmeel van een andere plant. Om insecten aan te trekken heeft de bloem daarom decoratieve, maar onvruchtbare kransen van meeldraden met elk een glinsterende gele druppel aan de top. In het begin zijn de vijf wel vruchtbare witte meeldraden gebogen boven de stempel. Zodra de bloem opengaat landen insecten op de gebogen meeldraden op zoek naar de nectar aan de voet van de onvruchtbare meeldraden. De bovenste echte meeldraad laat het stuifmeel los op het insect, buigt open en valt af. De dag erna doet de volgende meeldraad hetzelfde. Elke dag laat zo de volgende meeldraad het stuifmeel los. Zo kun je aan de bloem zien hoeveel dagen hij al bloeit. Zodra alle meeldraden zijn afgebroken komt de stempel bloot te liggen. Nu kan de bloem zichzelf niet meer bevruchten. Het volgende insect dat op de bloem landt - de gele druppels blijven insecten aantrekken - bevrucht de bloem.
fitis-steenbreek-parnassia-zweefvlieg-hors-sd.JPG
Links
Parnassia | © Foto Fitis, www.fotofitis.nl