
Zie ook
Waterjagers
Oppervlaktewantsen jagen op insecten die toevallig op het water vallen, zoals vliegen. Door het gespartel van het slachtoffer voelen de wantsen waar ze heen moeten. Daarnaast eten ze watervlooien, roeipootkreeften en muggenlarven, die aan de onderkant van de waterspiegel hangen. Met hun zuigsnuit spietsen ze hun slachtoffer en zuigen ze hem leeg. Tenslotte willen de wantsen ook nog wel eens een soortgenoot opeten.De beekloper is een oppervlaktewants van langzaam stromend water. Hij gebruikt zijn voorpoten om kleine insecten van het wateroppervlak te grijpen. Het is een bewoner van stromend water in bosgebieden. Hij komt voor in duinrellen, onder andere op Texel.
Zinken door fosfaten
Door de de lozing van ongezuiverd water met fosfaten uit wasmiddelen op sloten en ander water in de jaren zeventig en tachtig werd de oppervlaktespanning van het water te klein voor de oppervlaktewantsen. Ze zakten erdoorheen en verdronken.