Overslaan en naar de inhoud gaan

Lange Sloot en Ooster Wijde Sloot

De Lange Sloot is een aan de wadkant gelegen zoetwaterplas. Hij is ontstaan tijdens de inpoldering in 1915 van de Ballumermiede. Voor die tijd was het een landinwaarts gelegen slenk. Bij stormvloeden veranderde die slenk in een kolkende watermassa.

Skütehôn

Het gebied wordt door de Amelanders ook wel Skütehôn (sküte = schuit) genoemd. Deze naam correspondeert met de zandplaat aan de andere kant van de dijk op het wad. Dit Skütegat heeft eeuwenlang dienst gedaan als rede van Hollum. Het is aannemelijk dat de slenk bevaren is door kleine vissersschepen.

Oesterbank

In 1717 werden in de Lange Sloot oesters gekweekt. Maria Louisa, douarière van zijne hoogheid Johan Willem Friso, de heer van Ameland, was een liefhebster van oesters. Ze was ook een zakelijke vrouw die wel iets zag in de oesterhandel. Uit Engeland werden "de beste soort" oesters gehaald voor de kwekerij. Het was geen succes. In de decemberdagen van 1717 werd de oesterbank door een storm weggeslagen. In 1723 is nog een keer geprobeerd een oesterbank aan te leggen, al weer zonder succes.

Ooster Wijde Sloot

Een paar honderd meter westelijk van de Lange Sloot ligt de Ooster Wijde Sloot. Ook dit is een restant van een slenk. Er ligt ook een oude zandwinput, die dienst doet als waterbuffer voor het aangrenzende polderland. De Lange Sloot en de Ooster Wijde Sloot zijn belangrijke gebieden voor eenden en reigers.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: