Overslaan en naar de inhoud gaan

Hermelijn

Hermelijnen zijn te vinden in houtwallen en bossen, maar ook langs slootkanten en in moerassen, en in de duinen. Schuilplaatsen vindt de hermelijn in oude ratten- en konijnenholen, onder boomwortels en in houtstapels, nisjes en boomholtes. Als een hol kleiner is dan 5 centimeter kan een hermelijn er niet in. Hermelijnen eten vooral woelmuizen en -ratten, maar ook konijnen, soms ook vogels of hun eieren. 's Zomers zijn hermelijnen bruin, maar 's winters is de vacht bij sommige dieren spierwit. Alleen de punt van de staart is altijd zwart.

Namen 
la
Mustela erminea
nl
hermelijn
en
stoat (zomervacht); ermine (wintervacht)
fr
hermine
de
hermelin

Waddeneilanden

De hermelijn komt alleen op Texel, Terschelling en Sylt voor. Op Terschelling is deze soort uitgezet ter bestrijding van muizenplagen.

Bedreigingen

Sinds 1970 zijn er op veel plaatsen minder hermelijnen. Dit komt vaak door verdringing door vossen, een parasitaire wormenziekte en het verkeer. Ook zijn er minder woelratten. Dit zou, net als bij de wezel, ook een oorzaak van de achteruitgang kunnen zijn. Hermelijnen verdwijnen uit duingebieden waar vossen verschijnen. Beide soorten jagen op ongeveer dezelfde dieren.  Het is ook bekend dat vossen op hermelijnen jagen en deze doodbijten om hun jachtgebied in te kunnen nemen.

CC-BY-NC, Ecomare 2020 - Laatst bijgewerkt: 2014.10.01