
Zandhagedis
De zandhagedis (Lacerta agilis) kwam vroeger algemeen voor in de Hollandse duingebieden, op enkele eilanden en in andere heidegebieden. De soort is sterk achteruitgegaan als gevolg van de vergrassing van de heide. Op de Veluwe, in de Hollandse kustduinen en op Vlieland en Terschelling komen ze nog wel voor. Tot 1983 kwam hij ook voor op Schiermonnikoog. Deze hagedissen kunnen 20 centimeter lang worden en leven van insecten. Ze hebben kaal zand nodig om hun eieren in af te zetten. Konijnen, spelende kinderen en andere gravende zoogdieren kunnen daarvoor zorgen. Als het vrouwtje de eieren in een zelf gegraven holletje heeft gelegd, worden ze verder door de zon uitgebroed. De zandhagedis houdt een winterslaap en doet dit bij voorkeur in een verlaten muizenhol. Zandhagedissen leven solitair of als paartje. De mannetjes hebben een territorium waarin wel meerdere vrouwtjes kunnen voorkomen. Alleen tijdens de winterslaap en in het voorjaar worden soms meerdere hagedissen bij elkaar gevonden. Op de Rode Lijst van amfibieën en reptielen staat de zandhagedis als kwetsbare soort aangegeven.
Levendbarende hagedis
Levendbarende hagedissen (Zootoca vivipara) komen in het Nederlandse kustgebied voor op Walcheren, op Schouwen en op Terschelling. Op Terschelling leeft ook de zandhagedis. Deze hagedis staat als 'gevoelige' soort op de Rode Lijst.
Hazelworm
Sinds 1983 komt de hazelworm (Anguis fragilis) voor in de duinen van Zuid-Kennemerland. Waarschijnlijk zijn deze pootloze hagedissen daar uitgezet.