Overslaan en naar de inhoud gaan

Ecologie van paddenstoelen

Paddenstoelen spelen in de ecologie van duinen en bosgebieden een belangrijke rol als afbrekers van plantaardig materiaal. De bouwstoffen kunnen na afbraak weer gebruikt worden door dieren en planten. Verder leveren veel soorten paddestoelen bepaalde chemische stoffen aan de planten die in de buurt groeien. Dat doen ze in ruil voor voedingsstoffen. Aan de hand van de relatie met hun gastheer kun je paddenstoelen indelen in drie groepen: de opruimers (saprofyten), de parasieten, en de samenwerkers (mycorrhiza-symbionten). Uit recent onderzoek (2011) blijkt dat paddenstoelen ook vlees kunnen eten om aan hun stikstofbehoefte te voldoen.

Saprofyten

De meeste soorten paddenstoelen zijn saprofyten. Zij leven van dood organisch materiaal. Dat kan van alles zijn: hout, bladeren, naalden, en mest. Soms groeien ze op dierlijke resten zoals veren, haren, hoeven en nagels. Als paddestoelen hout verteren wordt het zacht en vezelig of brokkelig. Er komt veel water bij vrij.

fitis-knotsvoettrechterzwam-1-sd_02_800px.jpg

Knotsvoettrechterzwam | © Foto Fitis, Sytske Dijksen

Parasieten

Deze soorten staan op levende bomen of andere planten, en halen daar hun voedingsstoffen uit. Ze geven er niks voor terug. Als de gastheer sterft, kan een parasiet nog enige tijd doorleven, en wordt dan een saprofyt. In de regel kunnen gezonde bomen met gemak de parasieten van zich afhouden. Een zieke of verzwakte boom kan dat niet, en dan slaat de parasiet toe. Sommige soorten, zoals de honingzwam en de dennenmoorder, kunnen vanuit een aangetaste boom gezonde bomen aanvallen. Deze soorten hebben het makkelijk als er allemaal bomen van een soort naast elkaar zijn geplant. Er bestaan ook parasieten op andere paddenstoelen. Een apart geval is de rupsendoder. Deze zwam groeit op ingegraven poppen van grote nachtvlinders.

fitis-rupsendoder-1-sd_800px.jpg

Rupsendoder | © Foto Fitis, Sytske Dijksen

Mycorrhiza-paddenstoelen

Mycorrhiza-paddenstoelen groeien met hun schimmeldraden tussen de wortels van levende bomen of andere planten. De zwam levert de plant mineralen en sporenelementen en krijgt er brand- en bouwstoffen (koolhydraten) van de boom voor terug. Beide hebben daar voordeel van. Veel mycorrhiza-soorten hebben een uitgesproken voorkeur voor één boomsoort: De kaneelkeurige melkzwam staat altijd onder eiken. De grijsgroene melkzwam staat altijd onder beuken. Andere soorten zijn minder kieskeurig, bijvoorbeeld de geelwitte russula, de rodekoolzwam en de aardappelbovist. Die doen het met alle soorten bomen.

fitis-rodekoolzwam-2-sd_800px.jpg

Amethistzwam | © Foto Fitis, Sytske Dijksen

DNA en paddenstoelen

Uit onderzoekresultaten gepubliceerd in 2011 blijkt dat er veel meer paddenstoelen aanwezig zijn in Nederlandse bodem dan ooit werd gedacht. Via DNA onderzoek hebben wetenschappers in slechts 8 gram zandige aarde onder kruipwilgen meer dan duizend soorten schimmels gevonden. Daar waren soorten bij, die als heel zeldzaam bekend staan, en zelfs soorten die helemaal niet bekend waren uit Nederland. Sommige soorten waren alleen van de Alpen bekend!  Een derde van de soorten waren gevonden bij kruipwilgen. De onderzoekers verwachten dat de lijst veel groter wordt als ze ook bij berken, eiken en dennen gaan kijken.

fitis-bruinetrilzwam-1-sd_800px.jpg

Bruine trilzwam | © Foto Fitis, Sytske Dijksen
CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt:

Bovenliggende categorieën