
Duizendguldenkruid was vroeger waardevol, want het was een belangrijk geneeskruid. Het helpt onder andere tegen leverkwalen en het zou beschermen tegen boze geesten. De wetenschappelijke naam komt van de Centauren, Griekse mythische wezens, half paard, half mens. In de duinen groeien twee soorten. Het strandduizendguldenkruid is vrij fors en bloeit van juli tot in september. Het fraai duizendguldenkruid is kleiner, meer gebonden aan zilte milieus en het bloeit van juni tot in oktober. Waarschijnlijk bestuiven de bloemen zichzelf. Ze hebben geen nectar.

Strandduizendguldenkruid
fitis-gentianen-strandduizendguldenkruid-sd_02.jpg

Strandduizendguldenkruid bloeit vaak met meer dan veertig bloemen per plant. De bladeren zijn smal. De planten staan op de grens van duin en schor of vallei, dus op de grens van zout en zoet. Voor veel andere soorten planten is dat juist een moeilijke plek om te groeien. Het zijn éénjarige plantjes die in het late voorjaar kiemen. Ze groeien snel, om eventuele droogte of overstromingen met zout water voor te zijn. Volwassen planten kunnen dat wel als rozetje overleven.
- Lat: Centaurium littorale
- Ned: strandduizendguldenkruid
- Eng: seaside centaury
- Dui: Strandtausendgüldenkraut
Fraai duizendguldenkruid
fitis-fraai-duizendguldenkruid-hors-0709-(4).jpg

Fraai duizendguldenkruid komt plaatselijk algemeen voor in het waddengebied, vooral in jonge duinvalleien. Het groeit meestal tussen andere planten in, op dichtere grond dan strandduizendguldenkruid. Het zaad kan goed tegen zout water. De planten groeien in de zomer, dan is er minder kans op overstromingen op de kwelder.
- Lat: Centaurium pulchellum
- Ned: fraai duizendguldenkruid
- Eng: lesser centaury
- Fra: erythree elegante
- Dui: ästiges Tausendgüldenkraut