Harders zijn planteneters: ze grazen algen en wieren van de zeebodem en van stenen, steigers en andere harde voorwerpen onder water. Nu en dan eten ze slakken. Ze hebben een lang darmkanaal om de voedingsstoffen uit dit moeilijk verteerbare materiaal te halen. Harders zijn warmwatervissen, die van mei tot oktober voorkomen in de zuidelijke Noordzee. De diklipharder is de meest voorkomende hardersoort in de Nederlandse zoute wateren. Hij wordt tot 60 centimeter lang en komt veel voor in havens, waar hij leeft van het afval van schepen.
Namen
la
Chelon labrosus
nl
diklipharder
en
thick-lipped grey mullet
fr
muge
de
dicklippige Meeräsche

Zie ook
Waddengoud
Op Terschelling wordt sinds 2005 ambachtelijk op harders gevist. De vis wordt door de vissers met kleine bootjes en al wadend door het water de netten ingejaagd, waarbij hard schreeuwen en hard varen uit den boze is. De op deze manier gevangen vis krijgt het predicaat 'waddengoud', een keurmerk voor duurzame producten uit het waddengebied.
Chelon_labrosus_01_by_dpc.jpg

CC BY 3.0 David Perez, Wikimedia Commons