
De Buurdergrie was een buitendijks gelegen stuk land ten oosten van Buren. Het bestond uit kleigrond en diende als weide voor het vee. De boeren in Buren hadden het recht om hun vee in de grie te laten weiden. Dat heette het grazingsrecht. Een houder van 1 grazing had het recht 1 volwassen koe, twee jonge koeien of vier schapen te laten grazen.
Zodenafsteek-recht
Er was nog een recht op de Buurdergrie, namelijk het recht op het halen van zoden voor het onderhoud van de dijkjes om de weilanden. Een speciaal daarvoor aangewezen strook grond was hiervoor bestemd.
Bedijking en grondverbetering
Door al deze rechten was de verdeling van de gronden niet eenvoudig. Het onbedijkte weidegebied stond bovendien bloot aan overstromingen. In 1930 werden de grieën van Buren bedijkt. In Hollum en Ballum was dit al gebeurd in 1916. Alle boerenland van West tot Oost was nu tegen overstroming beschermd. Onvruchtbare zoute weidegebieden zijn veranderd in zoete weidegebieden. Het hele gebied is nu grasland voor het rundvee.