Overslaan en naar de inhoud gaan

Bossen op Ameland

Zie ook

Oorspronkelijk kwamen op de waddeneilanden en dus ook op Ameland geen bossen voor. De dorpen hadden wel last van de zoute zeewind en zandverstuivingen. Omstreeks 1895 begon Rijkswaterstaat op Ameland met het aanplanten van bos. De bossen moesten de dorpen tegen wind en zand gaan beschermen. De geplante boomsoorten zijn de Oostenrijkse den, de Corsicaanse den en de Sitkaspar. Dit zijn soorten die tegen het zware klimaat vlakbij zee bestand zijn.

Kwekerij

De bomen werden op Ameland gekweekt. Eerst gebruikte men zaad, maar de vogels aten daarvan het meeste op. Daarom stapten de planters over op jonge boompjes. In de Briksduinen, noordwestelijk van Nes, werd een kwekerij aangelegd. Door de zoute zeewind en het droge heuvelachtige terrein slaagde de aanplant niet overal. RWS bedacht wat nieuws. Het plantgat werd gevuld met een met water doordrenkte turf. De jonge boompjes werden in de turf geplant. De turf werkt als een spons, waardoor de watervoorziening de eerste twee jaar was gewaarborgd. Deze methode wordt nog steeds gebruikt. Rond 1950 was aan de noordkant van alle dorpen bos aangeplant, het Hollumerbos, het Ballumerbos, het  Kwekerijbos en het Nesserbos bij Nes, en het Oostbos bij Buren. De totale oppervlakte bos is 184 hectare. In 1954 nam Staatsbosbeheer het beheer van de bossen over van Rijkswaterstaat.

De Vleijen

Bos kan zorgen voor een meer afwisselende natuur en landschap. Met dat doel heeft Staatsbosbeheer in het recreatiegebied de Vleijen een bos geplant met zowel loof- als naaldboomsoorten.

Het Kwekerijbos

Tussen 1895 en 1950 zijn op Ameland aan de noordkant van de dorpen bossen aangeplant. Het diende twee doelen: het stuivende duinzand werd vastgelegd en het beschermde de dorpen tegen wind en zand. Een voorbeeld van de bosaanplant en de natuurlijke ontwikkeling is het Kwekerijbos. In de Briksduinen, een oud binnenduin ten noordwesten van Nes, is het 48 hectare grote Kwekerijbos aangeplant. De naam van het bos is ontleend aan de kwekerij van jonge naaldbomen die hier in het begin van de 20e eeuw werd aangelegd voor de bosaanplant.

Loofbomen

Bij de aanleg van de bossen werden eerst vooral naaldbomen geplant die weerstand konden bieden aan het zware kustklimaat. Staatsbosbeheer wil nu graag een gevarieerd bos. Door uitdunning van het bestaande bos komt er ruimte, licht en voedsel voor lijsterbes, berk, esdoorn en vogelkers. In het Kwekerijbos is dat goed te zien.

Het bos rolt op!

Door de kustafslag van de laatste 100 jaar kwam de kust 400 meter landinwaarts te liggen. De noordelijke bosrand ligt nu dicht bij zee. De harde wind en het zout op de bladeren en naalden leidt tot boomsterfte. Het bos wordt als het ware naar het zuiden opgerold. Daar komt bij dat een insect, de dennenscheerder, hard toeslaat in de verzwakte bomen. Om dit tegen te gaan worden de dode en kwijnende bomen weggehaald. Daarna worden er nieuwe bomen zoals de sitkaspar geplant.

Flora

In het Kwekerijbos hebben zich planten gevestigd die van nature thuishoren in naaldbossen. Er zijn bijzondere soorten bij zoals de dennenorchis, de kleine keverorchis en de breedbladige wespenorchis. Ook duinasperge is in dit bos te vinden.

Vogelstand

Door de loofbomen is het Kwekerijbos rijker aan vogels dan het Hollumer bos. Er zijn 42 soorten broedvogels, onder andere boompieper, tjiftjaf, grote lijster, nachtegaal, vlaamse gaai, zomertortel, ransuil en houtsnip. In de winter is het bos een slaapgebied voor ransuil, buizerd, ruigpootbuizerd en sperwer. In de trekperiode komen er onder andere bladkoninkjes en vuurgoudhaantjes langs. Het is ook het enige bos op het eiland waar de goudvink en de appelvink regelmatig voorkomen.

CC-BY-NC, Ecomare & VLIZ 2020 - Laatst bijgewerkt: