
Met zijn helblauwe metaalkleurige lijntjes is de blauwgestreepte schaalhoren wel een heel speciale napslak. Mens spreekt soms van 'discoslakje'. Ze leven vastgehecht op bruinwieren, en eten er ook van door met hun scherpe tong een laagje af te raspen. Gezien we aan de Nederlandse en Belgische kust geen rotskusten en weinig harde substraten hebben – en dus ook niet veel bruinwieren hebben groeien – is het een soort die hier niet van nature voorkomt. Heel zelden spoelen levende exemplaren aan op het strand. Dan zitten ze vastgehecht op losgeslagen vingerwier en suikerwier, heel soms ook op zee-eik of riemwier. Ook fossiele blauwgestreepte schaalhoren kunnen op de Belgische stranden gevonden worden.

Zie ook
Blauwgestreepte en gladde schaalhoren: een pot nat
Tussen de voet van vingerwier leven napslakken die tot dezelfde soort behoren (Patella pellucida), maar er toch helemaal anders uitzien. Ze zijn groter, met een dikker schelp en zonder – of heel weinig – blauwe lijntjes. In het verleden werden deze schelpen als een andere soort benoemd: gladde schaalhoren. Jonge individuen van beide vormen zien er identiek uit, maar naargelang de plaats op het vingerwier waar ze opgroeien, groeien ze anders uit van vorm. De slakjes die op de ‘bladeren’ van het vingerwier gaan leven, blijven dun en zijn blauwgestreept. De slakjes die tussen de klauwvoet van het vingerwier gaan leven, maken een dikkere schelp aan. Ze hebben ook een typisch knik in de flank.