De bittervoorn is een kleine karperachtige van 5 tot 8 centimeter die bitter smaakt, zodat predatoren hem mijden. Het merkwaardige van de bittervoorn is, dat hij alleen voorkomt op plekken waar zich ook zoetwatermosselen (schildersmosselen of zwanemosselen) bevinden. Deze mosselen dienen namelijk als draagmoeder voor de bittervoorn.

Wederzijds gemak
Tijdens de paaitijd zorgt de mannetjes-bittervoorn ervoor dat hij een territorium met een mossel erin heeft. Wanneer een vrouwtje haar eieren (kuit) door de kieuwopening binnenin de mossel heeft gelegd met een legbuis, spuit het mannetje zijn sperma in de buurt van de mossel die dit naar binnen zuigt. Als de mossel in gevaar is, sluit deze zich, waardoor de bittervoorn-eitjes veilig zijn. De bevruchte eieren ontwikkelen zich nu veilig in deze draagmoeder. Als door baggerwerkzaamheden of ander onderhoud van de sloot of plas de mosselen verdwijnen, is het gedaan met de paaibiotoop van de bitternvoorn. De mossel gebruikt op haar beurt de bittervoorn voor de verspreiding van haar nakomelingen. Jonge mosseltjes zich aan de randen van de vinnen van de bittervoorn om zich te verspreiden.
Verspreiding en leefgebied
De bittervoorn komt vooral voor in stilstaand water, zoals sloten, vijvers en de begroeide randen van meren. De bittervoorn is aangepast aan een dieet met veel plantaardig materiaal zoals kiezelalgen, wat blijkt uit zijn lange darm. De algen graast hij van stenen. Maar de vis eet ook kleine kreeftachtigen en wormen (tubifex).
In Europa komt de vis voor in grote delen van Centraal- en Oost-Europa tot de Oeral. De bittervoorn is beschermd krachtens de Natuurbeschermingswet.